Art. 37b Fw, Van de gevolgen der faillietverklaring
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften of voor het voortzetten van de door de schuldenaar gedreven onderneming, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een vóór de faillietverklaring ontstane verbintenis tot betaling van een geldsom.
2. Een tekortkoming door de schuldenaar in de nakoming van een verbintenis als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de faillietverklaring, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat het faillissement, de aanvraag van het faillissement of het leggen van beslag door een derde grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de curator.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2744
- Rb. Rotterdam 4 maart 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:1678
- Conclusie A-G Valk 24 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:231
- Rb. Den Haag 23 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9268
- Conclusie A-G Timmerman 16 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:926
- Conclusie A-G de Bock 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:921
- Conclusie A-G Timmerman 12 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY9087