Art. 304 Fw, De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een verbintenis tot betaling van een geldsom die is ontstaan vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2. Een tekortkoming in de nakoming van de schuldenaar als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat een uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de bewindvoerder.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zwolle 19 september 2001, ECLI:NL:RBZWO:2001:AF0541
- Rb. Zutphen 8 oktober 2008, ECLI:NL:RBZUT:2008:BG6947
- Rb. Rotterdam 21 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4999
- Rb. Noord-Nederland 24 juli 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2968
- Rb. Noord-Nederland 26 maart 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1251
- Rb. Maastricht 8 januari 2008, ECLI:NL:RBMAA:2008:BC1638
- Rb. Haarlem 18 maart 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7046
- Rb. Groningen 28 februari 2008, ECLI:NL:RBGRO:2008:BC6630
- Rb. Amsterdam 28 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9802
- Kantongerecht Almelo 8 februari 2001, ECLI:NL:KTGALM:2001:AA9953