Art. 225 Fw, Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
1. Bij het voorlopig verlenen der surseance kan de rechtbank zodanige bepalingen maken, als zij ter beveiliging van de belangen der schuldeisers nodig oordeelt.
2. Zij kan dit ook gedurende de surseance doen op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerders of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 6 september 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4391
- Rb. Amsterdam 19 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:909
- Conclusie A-G Valk 16 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:983
- Conclusie A-G Timmerman 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369
- Hof Leeuwarden 21 juli 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AY4796
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8628
- Rb. Midden-Nederland 10 mei 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2127
- Rb. Maastricht 14 maart 2008, ECLI:NL:RBMAA:2008:BC9342
- Rb. Gelderland 31 mei 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:3062
- Rb. Amsterdam 27 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1154
- Rb. Amsterdam 28 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3197
- Rb. Amsterdam 29 januari 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AF3760
- Rb. Amsterdam 21 februari 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AD9668