Art. 40 ISr, Bepalingen betreffende strafbare feiten vóór 1 September 1886 gepleegd en op of na dien dag te berechten

Invoeringswet Wetboek van Strafrecht (ISr)

Indien naar de oude wetgeving ontzetting had kunnen worden uitgesproken van al de in art. 8 der wet van 29 Juni 1854 (Staatsblad n°. 102) vermelde rechten, treedt daarvoor 's rechters bevoegdheid tot ontzetting van de in art. 28, n°. 1, 2, 3 en 4 van het Wetboek van Strafrecht vermelde rechten, benevens van voogdij en curateele over eigen kinderen, in de plaats.