Art. 296 Sr, Afbreking van zwangerschap
1. Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
2. Indien het feit de dood van de vrouw ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren opgelegd of geldboete van de vierde categorie.
3. Indien het feit is begaan zonder toestemming van de vrouw, wordt gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.
4. Indien het feit is begaan zonder toestemming van de vrouw en tevens haar dood ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.
5. Het in het eerste lid bedoelde feit is niet strafbaar, indien de behandeling is verricht door:
a. een arts in een ziekenhuis of kliniek waarin zodanige behandeling volgens de Wet afbreking zwangerschap mag worden verricht;
b. een huisarts die een medicamenteuze afbreking van de zwangerschap verricht volgens de Wet afbreking zwangerschap.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 12 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:211
- Rb. Limburg 4 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:3844
- Rb. Den Haag 10 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3551
- Rb. Den Haag 6 september 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10060
- Rb. Amsterdam 24 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3711
- Rb. Amsterdam 19 augustus 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN4447