Art. 3 Wet beëedigde vertalers
1. Hij, die aan de vereischten van art. 1 of art. 2 voldoet, legt ter openbare teregtzitting van de regtbank den eed of de belofte af, dat hij zijne pligten als vertaler met naauwgezetheid zal vervullen.
2. Hem wordt, na nederlegging van zijne handteekening ter griffie, eene acte uitgereikt, houdende zijne toelating als beëedigd vertaler voor de daarin vermelde taal of talen.