Art. 190b WvK, Van de uitgifte en den vorm van de chèque

Wetboek van Koophandel (WvK)

De betrokkene wordt geacht, het noodige fonds in handen te hebben, indien hij bij de aanbieding van de chèque aan den trekker of aan dengene voor wiens rekening is getrokken, een opeischbare som schuldig is, ten minste gelijkstaande met het beloop van de chèque.