Art. 4 Besluit tot aanvulling der bepalingen van het besluit van 26 december 1818, Stb. 48
Besluit tot aanvulling der bepalingen van het besluit van 26 december 1818, Stb. 48
1. Geene beraadslaging van de bestuurders, welke de grenzen van eenvoudig beheer overschrijdt, zal worden uitgevoerd, dan na vooraf door de provisoren, en vervolgens door de Gedeputeerde Staten te zijn goedgekeurd.
2. Ingeval van niet overeenstemming der gevoelens, zal Onze Minister beslissen.