Art. 616 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van het stellen van zekerheid
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Ingeval van geschil over een krachtens vonnis of beschikking te stellen zekerheid wordt daarover op vordering van de meest gerede partij in kort geding beslist door de voorzieningenrechter van de rechtbank, door wie of door wiens college de zaak in eerste aanleg is behandeld, of, in geval van een arbitraal vonnis, van de rechtbank van het arrondissement waarin de plaats van de arbitrage is gelegen.
2. Gaat het om een vonnis of beschikking van de kantonrechter, dan wordt de vordering voor deze ingesteld. Gaat het om een uitspraak van een gerechtshof in eerste aanleg, dan wordt de vordering ingesteld voor de voorzieningenrechter van de rechtbank die naar de gewone regels in eerste aanleg bevoegd zou zijn.
3. Zowel de rechter die het vonnis of de beschikking, bedoeld in de vorige leden, wijst als de rechter die over het geschil omtrent de te stellen zekerheid oordeelt, kan een termijn bepalen:
a. waarbinnen de zekerheid moet worden aangeboden of gesteld, op straffe van verval van de bevoegdheid met het oog op welker uitoefening de zekerheidstelling is bevolen;
b. waarbinnen een aangeboden zekerheid door de wederpartij moet worden aanvaard of geweigerd, op straffe van verval van haar bevoegdheid zekerheidstelling te eisen.
4. De rechter die de termijn heeft bepaald, kan deze op verzoek van de meest gerede partij, in te dienen voordat de termijn is verstreken, verlengen. Tegen een beschikking krachtens dit lid is geen hogere voorziening toegelaten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012
- HR 25 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1740
- Conclusie A-G Snijders 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:530
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 23 januari 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:314
- Hof 's-Hertogenbosch 1 juni 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1618
- Hof 's-Hertogenbosch 22 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2906
- Conclusie A-G Snijders 6 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:22
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 22 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:55
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 22 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:54
- Conclusie A-G Assink 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:391
- Hof 's-Hertogenbosch 27 oktober 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3333
- Rb. 's-Hertogenbosch 5 december 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BY5569
- Rb. Gelderland 16 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2810
- Rb. Den Haag 30 september 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:11440
- Rb. Amsterdam 7 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:7576
- Rb. Amsterdam 26 augustus 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6649
- Rb. Amsterdam 4 maart 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6667
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 11 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:151
- Hof 's-Hertogenbosch 30 juli 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2880
- Hof 's-Hertogenbosch 25 juni 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2285