Art. 513 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van executoriaal beslag op onroerende zaken
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Indien meer schuldeisers op dezelfde zaak beslag hebben gelegd, zal de executie plaatsvinden op de vervolging van degene die het eerst overeenkomstig artikel 505, eerste lid, het proces-verbaal van beslag heeft doen inschrijven.
2. De voorzieningenrechter van de rechtbank binnen welker rechtsgebied de zaak geheel of grotendeels is gelegen, kan op verzoek van een schuldeiser wiens proces-verbaal later is ingeschreven, bepalen dat deze de executie zal overnemen:
a. in geval van arglist van de schuldeiser wiens proces-verbaal het eerst is ingeschreven, of samenspanning van deze met de geëxecuteerde;
b. indien deze schuldeiser de executie niet met redelijke spoed voortzet.
3. Tegen een beschikking krachtens het tweede lid is geen hogere voorziening toegelaten.
4. Bij toepassing van het tweede lid wordt de overneming bij exploot aan de geëxecuteerde aangezegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK5999
- Rb. Rotterdam 30 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7050
- Rb. Overijssel 9 maart 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:1682
- Rb. Den Haag 14 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15307
- Rb. Arnhem 8 maart 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BV8523
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 19 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5999