Art. 4 Uitvoeringsbesluit Wet nopens het beheer der mijnen

Uitvoeringsbesluit Wet nopens het beheer der mijnen

De latere oppositien tegen gevraagde vergunningen, bedoeld in art 28 § 2 der voorschreven wet, zullen bij eenvoudig rekest in den gewonen vorm worden ingediend bij Onzen voornoemden Minister, welke zal gehouden zijn om, wanneer het verzoek om vergunning, waartoe die oppositie betrekkelijk is, reeds door Ons aan den Raad van State ten adviese mogt zijn gerenvoijeerd, daarvan dadelijk aan gemelden Raad kennis te geven, ten einde met het uitbrengen van een finaal advies, omtrent de vergunning worde gesupersedeerd tot den afloop der gedane oppositie.