Art. 15 Verordening (EU) 2024/1781, Douanecontroles met betrekking tot het digitale productpaspoort

Verordening (EU) 2024/1781

1. Eenieder die voornemens is een product dat valt onder een op grond van artikel 4 vastgestelde gedelegeerde handeling onder te brengen bij de douaneregeling “vrijgave voor het vrije verkeer”, verstrekt de in artikel 13, lid 5, bedoelde unieke identificatiecode voor registratie van dat product of stelt die ter beschikking van de douaneautoriteiten.

De eerste alinea van dit lid is van toepassing vanaf het moment dat het register operationeel is.

2. De douaneautoriteiten mogen een product pas vrijgeven voor het vrije verkeer nadat zij ten minste hebben geverifieerd dat de in artikel 13, lid 5, bedoelde unieke identificatiecode voor registratie en de aan hen verstrekte of ter beschikking gestelde goederencode overeenstemmen met de in het register opgeslagen gegevens.

De in de eerste alinea van dit lid bedoelde verificatie vindt elektronisch en automatisch plaats via de in lid 3 bedoelde verbinding. Die verificatie is van toepassing vanaf het moment dat de verbinding operationeel is.

De vrijgave van een product voor het vrije verkeer geldt niet als bewijs voor naleving van deze verordening of ander Unierecht.

3. De Commissie verbindt het register met het EU-douane-éénloketsysteem voor de uitwisseling van certificaten (EU CSW-CERTEX), waarmee het aldus mogelijk wordt gemaakt om automatisch informatie uit te wisselen met de nationale douanesystemen via de bij Verordening (EU) 2022/2399 ingestelde EU-éénloketomgeving voor de douane.

Die verbinding is operationeel binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de in artikel 13, lid 5, bedoelde uitvoeringshandeling.

4. De douaneautoriteiten en de Commissie kunnen de in het digitale productpaspoort en het register opgenomen gegevens inwinnen en gebruiken voor het uitvoeren van hun taken op grond van het Unierecht, onder meer risicobeheer, douanecontroles en vrijgave voor het vrije verkeer overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013.

5. Dit artikel laat Verordening (EU) nr. 952/2013 en hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020 en ander Unierecht onverlet.

Vorige artikelen

Volgende artikelen