Art. 61 Verordening (EU) 2024/1620, Stemprocedure in de algemene raad

Verordening (EU) 2024/1620

1. De besluiten van de algemene raad worden genomen met een gewone meerderheid van zijn leden. Elk stemgerechtigd lid als bedoeld in artikel 57, leden 2 en 3, heeft één stem. Bij staking van de stemmen is de stem van de voorzitter van de autoriteit doorslaggevend.

2. In afwijking van lid 1 van dit artikel neemt de algemene raad met betrekking tot de in de artikelen 49, 53, 54 en 55 van deze verordening bedoelde handelingen besluiten op basis van een gekwalificeerde meerderheid van de stemmen van zijn leden, als bepaald in artikel 16, lid 4, VEU.

De voorzitter van de autoriteit stemt niet over de in de eerste alinea van dit lid bedoelde besluiten, de in artikel 60, lid 2, bedoelde adviezen en de besluiten in verband met de evaluatie van de werking van de raad van bestuur als bedoeld in artikel 63, lid 5.

3. De niet-stemgerechtigde leden en de waarnemers wonen geen besprekingen in de algemene raad in toezichtsamenstelling bij die betrekking hebben op individuele meldingsplichtige entiteiten, tenzij anders bepaald in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen of anderszins besloten door de stemgerechtigde leden.

4. Lid 3 is niet van toepassing op de leden van de raad van bestuur en op de door de raad van toezicht van de ECB aangewezen ECB-vertegenwoordiger.

5. De voorzitter van de autoriteit mag te allen tijde een stemming houden. Onverminderd dat voorrecht en de doeltreffendheid van de besluitvormingsprocedures van de autoriteit, streeft de algemene raad bij zijn besluitvorming naar consensus.

Vorige artikelen

Volgende artikelen