Art. 54 Verordening (EU) 2024/1620, Richtsnoeren en aanbevelingen
1. Met het oog op het invoeren van consistente, efficiënte en doeltreffende toezichtpraktijken en praktijken betreffende de FIE’s en met het oog op de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht brengt de autoriteit tot toezichthoudende autoriteiten, toezichthouders, FIE’s of meldingsplichtige entiteiten gerichte richtsnoeren en aanbevelingen uit.
2. De autoriteit houdt, waar passend, openbare raadplegingen over die richtsnoeren en aanbevelingen en analyseert de potentiële kosten en baten ervan. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de richtsnoeren of aanbevelingen. Indien de autoriteit geen openbare raadplegingen houdt, motiveert zij dat en maakt zij haar redenen daarvoor bekend.
3. Toezichthoudende autoriteiten, toezichthouders, FIE’s en meldingsplichtige entiteiten stellen alles in het werk om die richtsnoeren en aanbevelingen in acht te nemen.
Binnen twee maanden nadat een richtsnoer of aanbeveling is uitgebracht, deelt elke toezichthoudende autoriteit, toezichthouder of FIE mee of zij dat richtsnoer of die aanbeveling in acht neemt of van plan is in acht te nemen. Toezichthoudende autoriteiten, toezichthouders of FIE’s die een richtsnoer of aanbeveling niet in acht nemen of niet van plan zijn dat te doen, stellen de autoriteit daarvan in kennis, met opgave van de redenen.
Het feit dat een toezichthoudende autoriteit, toezichthouder of FIE een richtsnoer of aanbeveling niet in acht neemt of niet van plan is dat te doen, wordt door de autoriteit bekendgemaakt. De autoriteit kan eveneens per geval besluiten de door de toezichthoudende autoriteit, toezichthouder of FIE aangevoerde redenen voor het niet in acht nemen van een richtsnoer of aanbeveling bekend te maken. De toezichthoudende autoriteit, toezichthouder of FIE ontvangt vooraf een kennisgeving van die bekendmaking.
Indien zulks in dat richtsnoer of die aanbeveling is voorgeschreven, melden de meldingsplichtige entiteiten op duidelijke en gedetailleerde wijze of zij het richtsnoer of de aanbeveling in kwestie in acht nemen.
4. In het in artikel 64, lid 4, punt c), bedoelde verslag vermeldt de autoriteit de richtsnoeren en aanbevelingen die zij heeft uitgebracht.
5. De richtsnoeren en aanbevelingen die worden uitgevaardigd door de autoriteit komen in de plaats van de richtsnoeren en aanbevelingen over hetzelfde onderwerp die eerder door de EBA of door toezichthouders en FIE’s werden uitgevaardigd. De door de EBA of door toezichthouders en FIE’s op grond van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (40) en Verordening (EU) 2023/1113 uitgevaardigde richtsnoeren en aanbevelingen blijven, mits zij nog steeds relevant zijn, gelden totdat de door de autoriteit uitgevaardigde nieuwe richtsnoeren en aanbevelingen over hetzelfde onderwerp in werking treden. De autoriteit voorziet in een passende overgangsperiode voor de toepassing van de nieuwe richtsnoeren en aanbevelingen.