Art. 6 Verordening (EU) 2024/1351, Beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid

Verordening (EU) 2024/1351

1. Bij de uitvoering van hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening nemen de Unie en de lidstaten het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid zoals verankerd in artikel 80 VWEU in acht en houden zij rekening met hun gemeenschappelijk belang bij de doeltreffende werking van het beleid inzake asiel- en migratiebeheer van de Unie.

2. Bij het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening werken de lidstaten nauw samen en zorgen zij voor:

a) het opzetten en in stand houden van nationale asiel- en migratiebeheersystemen die doeltreffende toegang bieden tot procedures voor internationale bescherming, het verlenen van internationale bescherming aan verzoekers die die nodig hebben, en de doeltreffende en waardige terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG, waarbij zij ook voorzien en investeren in de adequate opvang voor verzoekers om internationale bescherming, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2024/1346;

b) de toewijzing van de noodzakelijke middelen en voldoende bekwaam personeel voor de uitvoering van deze verordening, en met het oog daarop, indien de lidstaten dat nodig achten of waar van toepassing, verzoeken zij de relevante organen, instanties en agentschappen van de Unie om steun;

c) het nemen van alle maatregelen die nodig en evenredig zijn, met volledige naleving van de grondrechten, om irreguliere migratie naar het grondgebied van de lidstaten te voorkomen en terug te dringen, onder meer om migrantensmokkel en mensenhandel te voorkomen en te bestrijden en om de rechten van de slachtoffers van migrantensmokkel en van mensenhandel te beschermen;

d) de correcte en snelle toepassing van de regels ter bepaling van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en, indien nodig, de uitvoering van de overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat op grond van deel III, hoofdstukken I tot en met VI, en deel IV, hoofdstuk I;

e) de doeltreffende ondersteuning van andere lidstaten in de vorm van solidariteitsbijdragen op basis van de in deel II of deel IV vastgestelde behoeften;

f) het nemen van doeltreffende maatregelen ter beperking van stimulansen voor en ter voorkoming van niet-toegestane verplaatsingen van onderdanen van derde landen en staatlozen tussen de lidstaten.

3. Om de lidstaten te ondersteunen bij het nakomen van hun verplichtingen omvat de permanente EU-toolbox voor migratiesteun ten minste het volgende:

a) operationele en technische bijstand door de relevante organen, instanties en agentschappen van de Unie overeenkomstig hun mandaat, met name het Asielagentschap overeenkomstig Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad (29), het Europees Grens- en kustwachtagentschap overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1896, en het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (30);

b) steun uit de fondsen van de Unie voor de uitvoering van het in dit deel vastgestelde gemeenschappelijk kader overeenkomstig Verordening (EU) 2021/1147 en, waar relevant, Verordening (EU) 2021/1148 van het Europees Parlement en de Raad (31);

c) afwijkingen in het acquis van de Unie om de lidstaten de nodige instrumenten te bieden om te reageren op specifieke uitdagingen op het gebied van migratie als bedoeld in Verordeningen (EU) 2024/1359 en (EU) 2024/1348 en in Verordening (EU) 2024/1349 van het Europees Parlement en de Raad (32);

d) activering van het Uniemechanisme voor civiele bescherming overeenkomstig Verordening (EU) 2021/836 van het Europees Parlement en de Raad (33);

e) maatregelen om terugkeer- en re-integratieactiviteiten te faciliteren, onder meer door samenwerking met derde landen, met volledige naleving van de grondrechten;

f) versterkte acties en sectoroverschrijdende activiteiten in het kader van de externe dimensie van migratie;

g) intensivering van diplomatieke en politieke contacten;

h) gecoördineerde communicatiestrategieën;

i) ondersteuning van doeltreffend en op mensenrechten gebaseerd migratiebeleid in derde landen;

j) bevordering van legale migratie en goed georganiseerde mobiliteit, onder meer door versterking van bilaterale, regionale en internationale partnerschappen op het gebied van migratie, gedwongen ontheemding, legale trajecten en mobiliteitspartnerschappen.