Art. 55 Verordening (EU) 2024/1351, Conciliatie

Verordening (EU) 2024/1351

1. Met het oog op de goede werking van de uit hoofde van deze verordening ingestelde mechanismen en de oplossing van problemen bij de toepassing ervan, vindt, wanneer twee of meer lidstaten moeilijkheden ondervinden om in het kader van deze verordening samen te werken of onderling deze verordening toe te passen, op verzoek van één of meer van de betrokken lidstaten onverwijld overleg tussen hen plaats om binnen een redelijke termijn passende oplossingen te vinden, overeenkomstig het in artikel 4, lid 3, VEU neergelegde beginsel van loyale samenwerking.

Indien passend kan informatie over de ondervonden moeilijkheden en de gevonden oplossing met de Commissie en de andere lidstaten worden gedeeld in het kader van het in artikel 77 bedoelde comité.

2. Wanneer uit hoofde van lid 1 geen oplossing wordt gevonden of de moeilijkheden voortduren, kunnen één of meer van de betrokken lidstaten de Commissie verzoeken om te overleggen met de betrokken lidstaten om passende oplossingen te vinden. De Commissie laat dat overleg onverwijld plaatsvinden. De betrokken lidstaten nemen actief deel aan het overleg. De lidstaten en de Commissie nemen alle passende maatregelen om de kwestie onverwijld op te lossen. De Commissie kan aanbevelingen richten tot de betrokken lidstaten met vermelding van de te nemen maatregelen en de passende termijnen.

Indien passend kan informatie over de ondervonden moeilijkheden, de gedane aanbevelingen en de gevonden oplossing met de andere lidstaten worden gedeeld in het kader van het in artikel 77 bedoelde comité.

De in dit artikel vastgelegde procedure laat in individuele gevallen de in deze verordening vastgestelde termijnen onverlet.

3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Commissie om toe te zien op de toepassing van het recht van de Unie uit hoofde van de artikelen 258 en 260 VWEU. Het doet ook geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de betrokken lidstaten om hun geschil overeenkomstig artikel 273 VWEU aan het Hof van Justitie van de Europese Unie voor te leggen of aan de mogelijkheid voor elke lidstaat om zich overeenkomstig artikel 259 VWEU tot dat Hof te wenden.