Art. 11 Verordening (EU) 2024/1348, Onderhoud over de ontvankelijkheid
1. Onverminderd artikel 38, lid 1, en artikel 55, lid 4, wordt de verzoeker, voordat de beslissingsautoriteit overeenkomstig artikel 38 een beslissing over de niet-ontvankelijkheid van een verzoek neemt, in de gelegenheid gesteld om een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid te hebben (het “onderhoud over de ontvankelijkheid”).
2. Tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om aan te tonen waarom de in artikel 38 bepaalde gronden voor niet-ontvankelijkheid niet op hem of haar van toepassing zouden zijn.