Art. 40 Verordening (EU) 2024/1347, Wijzigingen van Richtlijn 2003/109/EG
Richtlijn 2003/109/EG wordt als volgt gewijzigd:
1) In artikel 4, lid 2, wordt de derde alinea vervangen door:
“Voor personen aan wie internationale bescherming is verleend, wordt de periode tussen de datum van indiening van het verzoek om internationale bescherming op grond waarvan die internationale bescherming werd verleend en de datum waarop de in artikel 24 van Verordening (EU) 2024/1347 (*1) bedoelde verblijfstitel werd afgegeven, in aanmerking genomen bij de berekening van de in lid 1 bedoelde periode.
(*1) Verordening (EU) 2024/1347 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen, en voor de inhoud van de verleende bescherming, tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/1347, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1347/oj).”."
2) In artikel 4 wordt het volgende lid ingevoegd:
“3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt aangetroffen in een andere lidstaat dan die welke internationale bescherming heeft verleend, zonder dat deze persoon het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale, Unie- of internationale recht, wordt de periode van legaal verblijf in de lidstaat die internationale bescherming heeft verleend voorafgaand aan die situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode.
In afwijking van de eerste alinea, met name wanneer de persoon die internationale bescherming geniet, aantoont dat de reden om daar te verblijven of te wonen zonder dat die persoon het recht had zulks te doen, te wijten was aan omstandigheden die aan zijn of haar controle ontsnapten, kunnen de lidstaten overeenkomstig hun nationaal recht bepalen dat de berekening van de in lid 1 bedoelde periode niet wordt onderbroken.”.
3) In artikel 26 wordt de eerste alinea vervangen door:
“De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 23 januari 2006 aan deze richtlijn te voldoen. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 12 juni 2026 aan artikel 4, lid 2, derde alinea, en lid 3 bis, te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.”.