Art. 19 Verordening (EU) 2024/1347, Intrekking van de subsidiairebeschermingsstatus

Verordening (EU) 2024/1347

1. De beslissingsautoriteit trekt de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in indien:

a) die onderdaan van een derde land of staatloze overeenkomstig artikel 16 niet meer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming;

b) die onderdaan van een derde land of staatloze, nadat hem of haar de subsidiairebeschermingsstatus is verleend, overeenkomstig artikel 17 van subsidiaire bescherming uitgesloten is of had moeten zijn;

c) die onderdaan van een derde land of staatloze feiten verkeerd heeft weergegeven of valse documenten heeft gebruikt of feiten heeft achtergehouden, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de subsidiairebeschermingsstatus.

2. De beslissingsautoriteit die de subsidiairebeschermingsstatus heeft verleend, toont per geval aan dat de persoon aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend niet langer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, nooit de subsidiairebeschermingsstatus toegekend had mogen krijgen of niet langer de subsidiairebeschermingsstatus mag genieten om de in lid 1 van dit artikel genoemde redenen. Gedurende de intrekkingsprocedure is artikel 66 van Verordening (EU) 2024/1348 van toepassing.