Art. 46 Verordening (EU) 2024/1252, Behandeling van vertrouwelijke informatie
1. Informatie die bij de uitvoering van deze verordening wordt verkregen, wordt alleen voor de toepassing van deze verordening gebruikt en wordt beschermd door het relevante Unierecht en nationale recht.
2. De lidstaten en de Commissie waarborgen de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen en andere gevoelige, vertrouwelijke en gerubriceerde informatie die bij de toepassing van deze verordening is verkregen en verwerkt, met inbegrip van aanbevelingen en te nemen maatregelen, overeenkomstig het Unierecht en het relevante nationale recht.
3. De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat op grond van deze verordening verstrekte of uitgewisselde gerubriceerde informatie geen lagere rubriceringsgraad krijgt en niet gederubriceerd wordt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opsteller, conform het relevante Unierecht of nationale recht.
4. Indien een lidstaat van oordeel is dat de openbaarmaking van geaggregeerde informatie op grond van artikel 22 waarschijnlijk afbreuk zal doen aan zijn nationale veiligheidsbelangen, kan hij door middel van een onderbouwde kennisgeving bezwaar aantekenen tegen de openbaarmaking van die informatie door de Commissie.
5. De Commissie en de nationale autoriteiten, hun ambtenaren, personeelsleden en andere personen die onder het toezicht van die autoriteiten werken, waarborgen de vertrouwelijkheid van de bij het uitvoeren van hun taken en activiteiten verkregen informatie, conform het relevante Unierecht of nationale recht. Deze verplichting geldt ook voor alle vertegenwoordigers van lidstaten, waarnemers, deskundigen en andere deelnemers aan vergaderingen van de raad kritieke grondstoffen op grond van artikel 36.
6. De Commissie voorziet in gestandaardiseerde en veilige middelen voor het verzamelen, verwerken en opslaan van de uit hoofde van deze verordening verkregen informatie.
7. Verplichtingen inzake het delen van informatie op grond van deze verordening zijn niet van toepassing op gegevens die de wezenlijke belangen inzake veiligheid of defensie van de lidstaten betreffen.