Art. 58 Verordening (EU) 2024/1157, Doorvoer via de Unie van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen

Verordening (EU) 2024/1157

1. Voor doorvoer via lidstaten van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen uit en naar een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, is artikel 57 van overeenkomstige toepassing.

2. Voor doorvoer via lidstaten van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen uit en naar een land waarop het OESO-besluit van toepassing is, is artikel 53, met de volgende wijzigingen en aanvullende bepalingen, van overeenkomstige toepassing:

a) de eerste en laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Unie stelt waar passend het douanekantoor van binnenkomst en het douanekantoor van uitgang in kennis van hun respectieve besluiten om toestemming te verlenen voor de overbrenging of, indien zij stilzwijgende toestemming hebben verleend, van de bevestiging overeenkomstig artikel 51, lid 3, punt b);

b) zodra de afvalstoffen de Unie hebben verlaten, stelt het douanekantoor van uitgang de bevoegde autoriteiten van doorvoer in de Unie ervan in kennis dat de afvalstoffen de Unie hebben verlaten;

c) een bevoegde autoriteit van doorvoer in de Unie kan zo nodig een borgsom of gelijkwaardige verzekering, dan wel een bijkomende borgsom of bijkomende gelijkwaardige verzekering verlangen, nadat zij de hoogte van de dekking van een door de kennisgever vastgestelde borgsom of gelijkwaardige verzekering heeft onderzocht.

3. Bij de doorvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen via een of meer lidstaten uit een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is naar een land waarop dat besluit wel van toepassing is of vice versa, geldt lid 1 voor het land waarop het OESO-besluit niet van toepassing en geldt lid 2 voor het land waarop dat besluit wel van toepassing is.

Vorige artikelen

Volgende artikelen