Art. 2 Verordening (EU) 2024/1157, Toepassingsgebied
1. Deze verordening is van toepassing op:
a) de overbrenging van afvalstoffen tussen lidstaten, met of zonder doorvoer via derde landen;
b) de overbrenging van afvalstoffen die uit derde landen in de Unie worden ingevoerd;
c) de overbrenging van afvalstoffen die uit de Unie naar derde landen worden uitgevoerd;
d) de overbrenging van afvalstoffen in doorvoer door de Unie op weg naar of vanuit derde landen.
2. Deze verordening is niet van toepassing op:
a) door de gewone exploitatie van schepen en offshore-platforms voortgebrachte afvalstoffen, waaronder afvalwater en residuen, totdat die afvalstoffen worden gelost met het oog op nuttige toepassing of verwijdering, voor zover de afvalstoffen onderworpen zijn aan de voorschriften van Richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad (33), het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, het Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen of andere relevante bindende internationale instrumenten;
b) afvalstoffen die aan boord van voertuigen, treinen, vliegtuigen en schepen zijn voortgebracht, totdat die afvalstoffen worden gelost met het oog op nuttige toepassing of verwijdering;
c) overbrenging van radioactief afval zoals gedefinieerd in artikel 5 van Richtlijn 2006/117/Euratom van de Raad (34);
d) de overbrenging van dierlijke bijproducten en afgeleide producten zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1) respectievelijk punt 2), van Verordening (EG) nr. 1069/2009, met uitzondering van dierlijke bijproducten of afgeleide producten die zijn vermengd of verontreinigd met afvalstoffen die in de in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG genoemde lijst van afvalstoffen als gevaarlijk zijn vermeld;
e) de overbrenging van afvalwater vallend onder Richtlijn 91/271/EEG van de Raad (35) of andere relevante Uniewetgeving;
f) de overbrenging van afvalstoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 2, punt g), van Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad (36) en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan;
g) de overbrenging van afvalstoffen van het Zuidpoolgebied naar de Unie in overeenstemming met de voorschriften van het Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica (37);
h) de overbrenging van koolstofdioxide met het oog op geologische opslag in overeenstemming met Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad (38);
i) schepen die de vlag voeren van een lidstaat en die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 1257/2013 vallen, met uitzondering van schepen:
i) die worden beschouwd als gevaarlijke afvalstoffen, die zich bevinden in een gebied onder de rechtsmacht van een lidstaat en die voor nuttige toepassing uit de Unie worden uitgevoerd, waarop uitsluitend de artikelen 39, 48 en 49 en titel VII van deze verordening van toepassing zijn, of
ii) die worden beschouwd als afvalstoffen, die zich bevinden in een gebied onder de rechtsmacht van een lidstaat en die bestemd zijn voor verwijdering;
3. Op de invoer van afvalstoffen die zijn ontstaan bij strijdkrachten of hulporganisaties tijdens crisissituaties of tijdens vredestichtings- en vredeshandhavingsoperaties, wanneer die afvalstoffen door of namens de strijdkrachten of hulporganisaties rechtstreeks of onrechtstreeks naar het land van bestemming worden overgebracht, zijn uitsluitend artikel 51, leden 6 en 7, en artikel 53, lid 5, van toepassing.
4. Op overbrengingen van afvalstoffen van het Zuidpoolgebied naar derde landen die door de Unie worden doorgevoerd zijn de artikelen 39 en 59 van toepassing.
5. Op het vervoer van afvalstoffen uitsluitend binnen een lidstaat is uitsluitend artikel 36 van toepassing.