Art. 47 Verordening (EU) 2024/1143, Specifieke regels inzake het betrekken van diervoeder en grondstoffen en inzake slachten
1. Voor een product van dierlijke oorsprong waarvan de naam als oorsprongsbenaming is geregistreerd, wordt het diervoeder volledig betrokken uit het afgebakende geografische gebied.
2. Voor zover het praktisch niet haalbaar is om alle diervoeder uit het afgebakende geografische gebied te betrekken, mag buiten dat gebied geproduceerd diervoeder worden toegevoegd, op voorwaarde dat de kwaliteit of de kenmerken van het product die hoofdzakelijk aan de geografische omgeving zijn toe te schrijven, daardoor niet worden aangetast. De hoeveelheid diervoeder die afkomstig is van buiten het afgebakende geografische gebied mag op jaarbasis niet meer dan 50 % van de droge stof uitmaken.
3. Een tijdelijke wijziging zoals bedoeld in artikel 24, lid 5, mag afwijken van lid 2 van dit artikel totdat het opnieuw mogelijk is diervoeder te betrekken uit het afgebakende gebied, mits het in artikel 49, lid 1, punt f), i), bedoelde verband niet volledig ongedaan wordt gemaakt.
4. Beperkingen ten aanzien van de oorsprong van grondstoffen die zijn opgenomen in het productdossier van een product waarvan de naam als geografische aanduiding is geregistreerd, worden gemotiveerd met betrekking tot het in artikel 49, lid 1, punt f), ii), bedoelde verband.
5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 87 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening met afwijkingen en beperkingen ten aanzien van het slachten van levende dieren en ten aanzien van het betrekken van grondstoffen. Die afwijkingen en voorwaarden zijn gegrond op objectieve criteria en houden rekening met dierenwelzijn, kwaliteit of gebruik van de grondstoffen en erkende knowhow of natuurlijke factoren, waaronder beperkingen die van invloed zijn op de landbouwproductie in bepaalde gebieden.