Art. 11 Verordening (EU) 2024/900, Transparantie- en labelingvereisten voor elke politieke reclameboodschap

Verordening (EU) 2024/900

1. Uitgevers van politieke reclame zorgen ervoor dat elke politieke reclameboodschap op duidelijke, opvallende en ondubbelzinnige wijze samen met de volgende informatie beschikbaar wordt gesteld:

a) een mededeling dat het om een politieke reclameboodschap gaat;

b) de identiteit van de opdrachtgever van de politieke reclameboodschap en, indien van toepassing, de entiteit die uiteindelijk zeggenschap heeft over de opdrachtgever;

c) indien van toepassing, de verkiezing, het referendum of het wet- of regelgevingsproces waarmee de politieke reclameboodschap verband houdt;

d) indien van toepassing, een verklaring dat de politieke reclameboodschap gepaard is gegaan met targetingtechnieken of technieken voor de aanlevering van een reclameboodschap;

e) een transparantieverklaring die de in artikel 12, lid 1, bedoelde informatie bevat, of een duidelijke aanduiding van de plaats waar deze gemakkelijk en direct te vinden is.

2. Uitgevers van politieke reclame zien erop toe dat de in lid 1 bedoelde informatie volledig is. Uitgevers van politieke reclame zien erop toe dat informatie over waar de in lid 1, punt e), bedoelde transparantieverklaring te vinden is, correct is.

3. De in lid 1 bedoelde informatie wordt beschikbaar gesteld in de vorm van labels die aangepast zijn aan het gebruikte medium.

Die labels zijn opvallend, stellen personen in staat een politieke reclameboodschap gemakkelijk als zodanig te herkennen en blijven aanwezig wanneer een politieke reclameboodschap verder wordt verspreid.

4. Uiterlijk op 10 juli 2025 stelt de Commissie uitvoeringshandelingen tot vaststelling van het formaat en het model van de in lid 3 bedoelde labels vast. Die uitvoeringshandelingen zorgen ervoor dat de labels aangepast zijn het gebruikte medium, onder meer voor audiovisuele en gedrukte media, alsook online- en offlinereclame, rekening houdend met de specifieke kenmerken van dat medium, alsook met de recentste technologische en marktontwikkelingen, relevant wetenschappelijk onderzoek en beste praktijken.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 29, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

5. De lidstaten, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten, en de Commissie moedigen de opstelling aan van vrijwillige gedragscodes die moeten bijdragen tot de juiste toepassing van dit artikel, met in achtneming van de specifieke kenmerken van de betrokken dienstverleners en de specifieke behoeften van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die vallen onder artikel 3, leden 1, 2 en 3, van Richtlijn 2013/34/EU.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen