Art. 2 Verordening (EU) 2023/1114, Toepassingsgebied

Verordening (EU) 2023/1114

1. Deze verordening is van toepassing op natuurlijke en rechtspersonen en bepaalde andere ondernemingen die zich in de Unie met de uitgifte, de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel van cryptoactiva bezighouden of cryptoactivagerelateerde diensten aanbieden.

2. Deze verordening is niet van toepassing op:

a) personen die uitsluitend cryptoactivadiensten aanbieden voor hun moederondernemingen, voor hun eigen dochterondernemingen of voor andere dochterondernemingen van hun moederondernemingen;

b) een vereffenaar of een bewindvoerder die handelt in het kader van een insolventieprocedure, behalve voor de toepassing van artikel 47;

c) de ECB, centrale banken van de lidstaten wanneer zij handelen in hun hoedanigheid van monetaire autoriteiten, of andere overheidsinstanties van de lidstaten;

d) de Europese Investeringsbank en haar dochterondernemingen;

e) de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees stabiliteitsmechanisme;

f) publiekrechtelijke internationale organisaties.

3. Deze verordening is niet van toepassing op unieke cryptoactiva die niet fungibel met andere cryptoactiva zijn.

4. Deze verordening is evenwel niet van toepassing op cryptoactiva die kunnen worden aangemerkt als een of meer van het volgende:

a) financiële instrumenten;

b) deposito’s, met inbegrip van gestructureerde deposito’s;

c) geldmiddelen, behalve indien zij als e-moneytokens kunnen worden aangemerkt;

d) securitisatieposities in het kader van een securitisatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2017/2402;

e) schade- of levensverzekeringsproducten die vallen onder de in de bijlagen I en II bij Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (27) genoemde verzekeringsbranches of in die richtlijn bedoelde herverzekerings- en retrocessieovereenkomsten;

f) pensioenproducten die naar nationaal recht worden geacht voornamelijk tot doel te hebben de belegger van een pensioeninkomen te voorzien, en die de belegger het recht geven op bepaalde uitkeringen;

g) officieel erkende bedrijfspensioenregelingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad (28) of Richtlijn 2009/138/EG vallen;

h) individuele pensioenproducten waarvoor naar nationaal recht een financiële bijdrage van de werkgever is vereist en waarbij de werkgever of de werknemer geen vrijheid heeft in de keuze van het pensioenproduct of de aanbieder;

i) een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2019/1238 van het Europees Parlement en de Raad (29);

j) socialezekerheidsregelingen die vallen onder Verordeningen (EG) nr. 883/2004 (30) en (EG) 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad (31).

5. Uiterlijk op 30 december 2024 vaardigt de ESMA, voor de toepassing van lid 4, punt a), van dit artikel richtsnoeren uit overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 betreffende de voorwaarden en criteria voor de kwalificatie van cryptoactiva als financiële instrumenten.

6. Deze verordening doet geen afbreuk aan Verordening (EU) nr. 1024/2013.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen