Art. 127 Verordening (EU) 2023/1114, Inzageverlening in informatie uit derde landen

Verordening (EU) 2023/1114

1. De EBA mag in de van toezichthoudende autoriteiten van derde landen ontvangen informatie alleen inzage verlenen indien de EBA of de bevoegde autoriteit die de informatie aan de EBA heeft verstrekt, daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft gekregen van de toezichthoudende autoriteit van een derde land die de informatie heeft doorgegeven en mits, in voorkomend geval, in die informatie alleen inzage wordt verleend voor de doeleinden waarmee die toezichthoudende autoriteit heeft ingestemd, of wanneer dergelijke inzageverlening in het kader van gerechtelijke procedures noodzakelijk is.

2. Het in lid 1 bedoelde vereiste van een uitdrukkelijke toestemming is niet van toepassing op andere toezichthoudende autoriteiten van de Unie indien de door hen gevraagde informatie nodig is voor de vervulling van hun taken, en is evenmin van toepassing op rechterlijke instanties indien de door hen gevraagde informatie nodig is voor onderzoeken of procedures met betrekking tot inbreuken waarvoor strafrechtelijke sancties gelden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen