Art. 8 Verordening (EU) 2023/988, Aanvullende elementen die in aanmerking genomen dienen te worden voor de beoordeling van de productveiligheid
1. Voor de toepassing van artikel 6 en wanneer het vermoeden van veiligheid van artikel 7 niet van toepassing is, worden bij de beoordeling van de veiligheid van een product met name de volgende elementen in overweging genomen, indien deze beschikbaar zijn:
a) andere Europese normen dan die waarvoor referenties werden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 10, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1025/2012;
b) internationale normen;
c) internationale overeenkomsten;
d) vrijwillige certificeringsschema’s of vergelijkbare conformiteitsbeoordelingskaders van derden, met name die welke zijn ontworpen ter ondersteuning van het Unierecht;
e) aanbevelingen van de Commissie of richtsnoeren voor de beoordeling van de productveiligheid;
f) nationale normen die zijn opgesteld in de lidstaat waarin het product wordt verhandeld;
g) de huidige stand van techniek en technologie, met inbegrip van het advies van erkende wetenschappelijke instanties en comités van experts;
h) gedragscodes inzake productveiligheid die gelden in de betrokken sector;
i) de veiligheid die de consument redelijkerwijs mag verwachten;
j) overeenkomstig artikel 7, lid 2, vastgestelde veiligheidsvoorschriften.