Art. 1 Richtlijn (EU) 2022/542, Wijzigingen in Richtlijn 2006/112/EG
Richtlijn 2006/112/EG wordt als volgt gewijzigd:
1) Aan artikel 53 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Dit artikel is niet van toepassing op het verlenen van toegang tot de in de eerste alinea bedoelde evenementen indien de aanwezigheid virtueel is.”.
2) Aan lid 1 van artikel 54 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Indien de diensten en de daarmee samenhangende diensten betrekking hebben op activiteiten die worden gestreamd of anderszins virtueel ter beschikking worden gesteld, is de plaats van de dienst evenwel de plaats waar de niet-belastingplichtige is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.”.
3) In artikel 59 bis wordt de inleidende zin vervangen door:
“Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededinging te voorkomen, kunnen de lidstaten met betrekking tot diensten waarvan de plaats van verrichting valt onder de artikelen 44 en 45, artikel 54, lid 1, tweede alinea, en de artikelen 56, 58 en 59:”.
4) In artikel 81 wordt de eerste alinea vervangen door:
“De lidstaten die op 1 januari 1993 geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid uit hoofde van artikel 98 een verlaagd tarief toe te passen, kunnen, wanneer zij gebruikmaken van de in artikel 89 bedoelde mogelijkheid, bepalen dat de maatstaf van heffing voor de in bijlage III, punt 26), bedoelde leveringen van kunstvoorwerpen gelijk is aan een gedeelte van het overeenkomstig de artikelen 73, 74, 76, 78 en 79 vastgestelde bedrag.”.
5) Artikel 94 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 2 wordt vervangen door:
“2. Het op de invoer van goederen toe te passen tarief is het tarief dat binnen het grondgebied van de lidstaat op de levering van eenzelfde goed wordt toegepast.”;
b) het volgende lid wordt toegevoegd:
“3. In afwijking van lid 2 van dit artikel kunnen de lidstaten die een normaal tarief toepassen op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten vermeld in bijlage IX, delen A, B en C, een verlaagd tarief als bedoeld in artikel 98, lid 1, eerste alinea, toepassen op de invoer van deze goederen binnen het grondgebied van de lidstaat.”.
6) Artikel 98 wordt vervangen door:
“Artikel 98
1. De lidstaten kunnen maximaal twee verlaagde tarieven toepassen.
De verlaagde tarieven worden vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing dat niet lager mag zijn dan 5 % en zijn uitsluitend van toepassing op goederenleveringen en diensten die zijn vermeld in bijlage III.
De lidstaten kunnen de verlaagde tarieven toepassen op goederenleveringen en diensten die vallen onder maximaal 24 punten in bijlage III.
2. De lidstaten kunnen, naast de twee verlaagde tarieven bedoeld in lid 1 van dit artikel, een verlaagd tarief dat lager is dan het minimum van 5 % en een vrijstelling met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw toepassen op goederenleveringen en diensten die vallen onder maximaal zeven punten in bijlage III.
Het verlaagde tarief dat lager is dan het minimum van 5 % en de vrijstelling met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw mogen alleen worden toegepast op goederenleveringen en diensten die vallen onder de volgende punten in bijlage III:
a) de punten 1) tot en met 6) en 10 quater);
b) elk ander punt van bijlage III dat onder de in artikel 105 bis, lid 1, bedoelde opties valt.
Voor de toepassing van punt b) van de tweede alinea van dit lid worden de in artikel 105 bis, lid 1, tweede alinea, bedoelde handelingen met betrekking tot huisvesting geacht onder bijlage III, punt 10), te vallen.
De lidstaten die op 1 januari 2021 verlaagde tarieven die lager zijn dan het minimum van 5 % toepasten of vrijstellingen met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw verleenden op goederenleveringen en diensten die vallen onder meer dan zeven punten in bijlage III, beperken de toepassing van die verlaagde tarieven of het verlenen van die vrijstellingen teneinde uiterlijk op 1 januari 2032 of, als dat eerder is, bij de invoering van de in artikel 402 bedoelde definitieve regeling aan de eerste alinea van dit lid te voldoen. Het staat de lidstaten vrij te bepalen op welke goederenleveringen of diensten zij die verlaagde tarieven zullen blijven toepassen of voor welke zij die vrijstellingen zullen blijven verlenen.
3. De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde verlaagde tarieven en vrijstellingen zijn niet van toepassing op langs elektronische weg verrichte diensten, behalve op die welke zijn vermeld in bijlage III, punten 6), 7), 8) en 13.
4. Ingeval lidstaten de verlaagde tarieven en vrijstellingen van deze richtlijn toepassen, mogen zij, voor de vaststelling van de juiste omschrijving van de betrokken categorie, de gecombineerde nomenclatuur of de aan activiteiten gekoppelde statistische productenclassificatie, of beide, gebruiken.”.
7) Het volgende artikel wordt ingevoegd:
“Artikel 98 bis
De in artikel 98, leden 1 en 2, bedoelde verlaagde tarieven en vrijstellingen zijn niet van toepassing op leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten waarop de bijzondere regelingen van titel XII, hoofdstuk 4, worden toegepast.”.
8) Artikel 99 wordt geschrapt.
9) Artikel 100 wordt vervangen door:
“Artikel 100
De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2028, en daarna om de vijf jaar, bij de Raad een verslag in over het toepassingsgebied van bijlage III, met daarbij, indien nodig, passende voorstellen.”.
10) Artikel 101 wordt geschrapt.
11) In hoofdstuk 2 van titel VIII wordt de volgende afdeling ingevoegd:
“ Deel 2 bis
Uitzonderlijke situaties
Artikel 101 bis
1. Indien de Commissie een lidstaat overeenkomstig artikel 53, eerste alinea, van Richtlijn 2009/132/EG van de Raad (*1) toestemming heeft verleend om een vrijstelling toe te passen op voor slachtoffers van rampen ingevoerde goederen, kan die lidstaat onder dezelfde voorwaarden een vrijstelling met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw toekennen voor de intracommunautaire verwerving en levering van die goederen en voor de diensten in verband met die goederen, met inbegrip van verhuurdiensten.
2. Een lidstaat die de in lid 1 bedoelde maatregel wil toepassen, stelt het btw-comité daarvan in kennis.
3. Ingeval goederen of diensten die verworven zijn door organisaties waaraan de in lid 1 bedoelde vrijstelling is verleend, gebruikt worden voor andere dan de in titel VIII, hoofdstuk 4, van Richtlijn 2009/132/EG genoemde doeleinden, wordt het gebruik van die goederen of diensten onderworpen aan btw onder de voorwaarden die gelden op het tijdstip waarop de voorwaarden voor de vrijstelling niet langer vervuld zijn.
(*1) Richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19 oktober 2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, punten b) en c), van Richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (PB L 292 van 10.11.2009, blz. 5).”."
12) De artikelen 102 en 103 worden geschrapt.
13) Artikel 104 wordt vervangen door:
“Artikel 104
1. Oostenrijk mag in de gemeenten Jungholz en Mittelberg (Kleines Walsertal) een tweede normaal tarief toepassen dat lager ligt dan het overeenkomstige tarief dat in de rest van Oostenrijk wordt toegepast, maar dat niet minder dan 15 % mag bedragen.
2. Griekenland mag tarieven die tot 30 % lager liggen dan de overeenkomstige tarieven op het Griekse vasteland, toepassen in de departementen Lesbos, Chios, Samos, de Dodekanesos en de Cycladen, en op de eilanden Thassos, de noordelijke Sporaden, Samothraki en Skiros.
3. Portugal mag op de handelingen in de autonome gebieden van de Azoren en Madeira en op de rechtstreekse invoer in deze gebieden lagere tarieven toepassen dan die welke op het vasteland gelden.
4. Portugal mag een van de twee in artikel 98, lid 1, bedoelde verlaagde tarieven toepassen voor de tolheffing op bruggen rond Lissabon.”.
14) Artikelen 104 bis en 105 worden geschrapt.
15) De volgende artikelen worden ingevoegd:
“Artikel 105 bis
1. Lidstaten die, overeenkomstig het Unierecht, op 1 januari 2021 verlaagde tarieven die lager liggen dan het in artikel 98, lid 1, vastgelegde minimum toepasten of vrijstellingen met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw verleenden op de leveringen van goederen of diensten die in andere punten dan punten 1) tot en met 6) en 10 quater) van bijlage III worden vermeld, mogen onverminderd lid 4 van dit artikel deze verlaagde tarieven blijven toepassen of deze vrijstellingen blijven verlenen overeenkomstig artikel 98, lid 2.
Lidstaten die, overeenkomstig het Unierecht, op 1 januari 2021 verlaagde tarieven die lager liggen dan het in artikel 98, lid 1, vastgelegde minimum toepasten op handelingen met betrekking tot huisvesting die niet kaderen in het sociaal beleid, mogen deze verlaagde tarieven overeenkomstig artikel 98, lid 2, blijven toepassen.
De lidstaten stellen het btw-comité uiterlijk op 7 juli 2022 in kennis van de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht en de voorwaarden voor de toepassing van de verlaagde tarieven en vrijstellingen met betrekking tot artikel 98, lid 2, tweede alinea, punt b).
Onverminderd lid 4 van dit artikel kunnen andere lidstaten overeenkomstig artikel 98, lid 2, eerste alinea, verlaagde tarieven onder het minimum van Artikel 98, lid 1, of vrijstellingen met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw toepassen op dezelfde goederenleveringen of diensten als die bedoeld in de eerste en tweede alinea van dit lid en onder dezelfde voorwaarden als die welke op 1 januari 2021 golden in de in de eerste en tweede alinea van dit lid bedoelde lidstaten.
2. Lidstaten die, overeenkomstig het Unierecht, op 1 januari 2021 verlaagde tarieven van minder dan 12 %, met inbegrip van verlaagde tarieven die lager liggen dan het in artikel 98, lid 1, vastgelegde minimum, toepasten of die vrijstellingen met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw verleenden op andere goederenleveringen of diensten dan die welke zijn vermeld in bijlage III, mogen overeenkomstig artikel 98, leden 1 en 2, en onverminderd lid 4 van dit artikel, deze verlaagde tarieven blijven toepassen of deze vrijstellingen blijven verlenen tot 1 januari 2032 of, als dat eerder is, tot de vaststelling van de in artikel 402 bedoelde definitieve regeling.
3. Lidstaten die, overeenkomstig het Unierecht, op 1 januari 2021 verlaagde tarieven van niet minder dan 12 % toepasten op andere goederenleveringen of diensten dan die vermeld in bijlage III, mogen overeenkomstig artikel 98, lid 1, eerste alinea, en onverminderd lid 4 van dit artikel, deze tarieven blijven toepassen.
De lidstaten delen het btw-comité uiterlijk op 7 juli 2022 de tekst mee van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht en voorwaarden voor de toepassing van de verlaagde tarieven als bedoeld in de eerste alinea van dit lid.
Onverminderd lid 4 van dit artikel kunnen andere lidstaten overeenkomstig artikel 98, lid 1, eerste alinea, verlaagde tarieven van niet minder dan 12 % toepassen op dezelfde goederenleveringen of diensten als welke zijn vermeld in de eerste alinea van dit lid en onder dezelfde voorwaarden als die welke op 1 januari 2021 golden in de in de eerste alinea van dit lid bedoelde lidstaten.
4. In afwijking van de leden 1, 2 en 3 worden de verlaagde tarieven of vrijstellingen met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw voor fossiele brandstoffen, andere goederen met een vergelijkbaar effect op broeikasgasemissies, zoals turf, en hout dat als brandhout wordt gebruikt, uiterlijk op 1 januari 2030 niet meer toegepast. De verlaagde tarieven of vrijstellingen met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw voor chemische bestrijdingsmiddelen en chemische meststoffen worden uiterlijk op 1 januari 2032 niet meer toegepast.
5. De lidstaten die overeenkomstig lid 1, vierde alinea van dit artikel, overeenkomstig lid 3, derde alinea, van dit artikel of overeenkomstig artikel 105 ter verlaagde tarieven die niet lager zijn dan 12 %, verlaagde tarieven die lager liggen dan het in artikel 98, lid 1, vastgelegde minimum of vrijstellingen met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw wensen toe te passen, stellen uiterlijk op 7 oktober 2023 de nadere bepalingen voor de uitoefening van deze keuzemogelijkheden vast. Zij delen het btw-comité de tekst van de belangrijkste bepalingen van de door hen vastgestelde nationale wetgeving mee.
6. Uiterlijk op 1 juli 2025 dient de Commissie, op basis van de door de lidstaten verstrekte gegevens, bij de Raad een verslag in met een complete lijst van goederen en diensten als bedoeld in de leden 1 en 3 van dit artikel en in artikel 105 ter, waarop de verlaagde tarieven, met inbegrip van de verlaagde tarieven die lager liggen dan het in artikel 98, lid 1, vastgelegde minimum, of de vrijstellingen met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw in de lidstaten worden toegepast.
Artikel 105 ter
Lidstaten die, overeenkomstig het Unierecht, op 1 januari 2021 verlaagde tarieven die niet lager zijn dan het minimum van 5 % toepasten op handelingen in verband met buiten het kader van sociaal beleid verstrekte huisvesting, mogen overeenkomstig artikel 98, lid 1, eerste alinea, die verlaagde tarieven blijven toepassen. In dergelijke gevallen mogen de op zulke handelingen toe te passen verlaagde tarieven met ingang van 1 januari 2042 niet lager zijn dan 12 %.
De lidstaten delen het btw-comité uiterlijk op 7 juli 2022 de tekst mee van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht en voorwaarden voor de toepassing van de in de eerste alinea bedoelde verlaagde tarieven.
Andere lidstaten kunnen overeenkomstig artikel 98, lid 1, eerste alinea, een verlaagd tarief van niet minder dan 12 % toepassen op de in de eerste alinea van dit artikel bedoelde handelingen onder dezelfde voorwaarden als die welke op 1 januari 2021 golden in de in de eerste alinea van dit artikel bedoelde lidstaten.
Voor de toepassing van artikel 98, lid 1, derde alinea, worden de in dit artikel bedoelde handelingen geacht onder bijlage III, punt 10), te vallen.”.
16) In titel VIII wordt hoofdstuk 4 geschrapt.
17) De artikelen 123, 125, 128 en 129 worden geschrapt.
18) In artikel 221 wordt lid 3 vervangen door:
“3. De lidstaten kunnen de belastingplichtige ontheffing verlenen van de in artikel 220, lid 1, of in artikel 220 bis vastgelegde factureringsplicht voor de op hun grondgebied verrichte goederenleveringen of diensten die, al dan niet met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw, overeenkomstig artikel 98, lid 2, de artikelen 105 bis en 132, artikel 135, lid 1, punten h) tot en met l), de artikelen 136, 371, 375, 376 en 377, artikel 378, lid 2, artikel 379, lid 2, en de artikelen 380 tot en met 390 quater, vrijgesteld zijn.”.
19) In artikel 288, eerste alinea, wordt punt 2 vervangen door:
“2) het bedrag van de handelingen die krachtens artikel 98, lid 2, of artikel 105 bis zijn vrijgesteld met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw;”.
20) In artikel 316 wordt lid 1 vervangen door:
“1. Indien geen verlaagd tarief is toegepast op de betrokken kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die aan een belastingplichtige wederverkoper worden geleverd of door hem worden ingevoerd, verlenen de lidstaten belastingplichtige wederverkopers het recht te kiezen voor toepassing van de winstmargeregeling op de volgende handelingen:
a) de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die zij zelf hebben ingevoerd;
b) de levering van kunstvoorwerpen die aan hen zijn geleverd door de maker of diens rechthebbenden;
c) de levering van kunstvoorwerpen die aan hen zijn geleverd door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper.”.
21) In artikel 387 wordt punt c) geschrapt.
22) In bijlage III wordt de titel vervangen door:
“Lijst van goederenleveringen en diensten waarop de verlaagde tarieven en de vrijstelling met recht op aftrek van de btw bedoeld in artikel 98 worden toegepast”.
23) Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.