Art. 66 Verordening (EU) 2021/2116, Onderdelen van het geïntegreerd systeem
1. Het geïntegreerd systeem omvat de volgende onderdelen:
a) een identificatiesysteem voor landbouwpercelen;
b) een geospatiaal aanvraagsysteem en, indien van toepassing, een diergebonden aanvraagsysteem;
c) een areaalmonitoringsysteem;
d) een systeem ter identificatie van begunstigden van de interventies en maatregelen als bedoeld in artikel 65, lid 2;
e) een controle- en sanctiesysteem;
f) indien van toepassing, een systeem ter identificatie en registratie van betalingsrechten;
g) indien van toepassing, een systeem ter identificatie en registratie van dieren.
2. Het geïntegreerd systeem biedt informatie die van belang is voor de verslaglegging over de in artikel 7 van Verordening (EU) 2021/2115 bedoelde indicatoren.
3. Het geïntegreerd systeem werkt op basis van elektronische databanken en geografische informatiesystemen en zorgt ervoor dat gegevens tussen de elektronische databanken en geografische informatiesystemen kunnen worden uitgewisseld en geïntegreerd. Voor zover nodig maken de geografische informatiesystemen deze uitwisseling en integratie mogelijk voor gegevens over landbouwpercelen in overeenkomstig de in bijlage XIII bij Verordening (EU) 2021/2115 vermelde wetgeving van de Unie vastgestelde afgebakende beschermde zones en aangewezen gebieden, zoals Natura 2000-gebieden of gebieden aangemerkt als kwetsbaar voor nitraten in de zin van artikel 2, punt k), van Richtlijn 91/676/EEG van de Raad (32), alsmede voor de landschapskenmerken in het kader van de goede landbouw- en milieucondities zoals die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2021/2115, of die vallen onder interventies in titel III, hoofdstukken II en IV, van die verordening.
4. Onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de invoering en toepassing van het geïntegreerd systeem, kan de Commissie de hulp van gespecialiseerde instanties of personen inroepen om het opzetten, de monitoring en de werking van het geïntegreerd systeem te vergemakkelijken, en met name om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten technische adviezen te verstrekken.
5. De lidstaten nemen de maatregelen die nodig zijn voor een juiste opzet en werking van het geïntegreerd systeem, en verlenen elkaar op verzoek van een andere lidstaat de bijstand die nodig is voor de toepassing van dit hoofdstuk.