Art. 79 Verordening (EU) 2021/2115, Selectie van verrichtingen

Verordening (EU) 2021/2115

1. Na raadpleging van het in artikel 124 bedoelde monitoringcomité (het “monitoringcomité”), stellen de nationale beheersautoriteit, regionale beheersautoriteiten indien relevant, of aangewezen intermediaire instanties selectiecriteria op voor interventies die betrekking hebben op een of meer van de volgende interventietypes: investeringen, vestiging van jonge landbouwers en nieuwe landbouwers en het opstarten van plattelandsbedrijven, samenwerking, kennisuitwisseling en verspreiding van informatie. Deze selectiecriteria staan borg voor de gelijke behandeling van de aanvragers, voor een beter gebruik van de financiële middelen en voor het afstemmen van de steun overeenkomstig het doel van de interventies.

De lidstaten kunnen besluiten geen selectiecriteria toe te passen voor investeringsinterventies die duidelijk zijn gericht op milieudoelen of worden uitgevoerd in verband met herstelactiviteiten.

In afwijking van de eerste alinea kan in naar behoren gemotiveerde gevallen en na raadpleging van het monitoringcomité, een andere selectiemethode worden vastgesteld.

2. De verantwoordelijkheid van beheersautoriteiten of van de aangewezen intermediaire instanties als vastgesteld in lid 1, doet geen afbreuk aan de taken van de plaatselijke actiegroepen bedoeld in artikel 33 van Verordening (EU) 2021/1060.

3. Lid 1 is niet van toepassing wanneer steun wordt verleend in de vorm van financieringsinstrumenten.

4. De lidstaten kunnen besluiten de in lid 1 bedoelde selectiecriteria niet toe te passen op verrichtingen die een certificaat “Excellentiekeur” hebben ontvangen in het kader van Horizon 2020, vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad (47), uit hoofde van Horizon Europa of uit hoofde van het Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE), vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/783 van het Europees Parlement en de Raad (48) op voorwaarde dat die verrichtingen stroken met het strategisch GLB-plan.

5. Een verrichting kan geheel of gedeeltelijk buiten de betrokken lidstaat worden uitgevoerd, ook buiten het grondgebied van de Unie, mits de verrichting bijdraagt tot het bereiken van de doelstellingen van het strategisch GLB-plan.