Art. 7 Verordening (EU) 2021/2115, Indicatoren
1. Het bereiken van de in artikel 5 en artikel 6, leden 1 en 2, bedoelde doelstellingen wordt beoordeeld aan de hand van de in bijlage I opgenomen gemeenschappelijke output-, resultaat-, impact- en contextindicatoren. Deze gemeenschappelijke indicatoren omvatten:
a) outputindicatoren met betrekking tot de gerealiseerde output van de ondersteunde interventies;
b) resultaatindicatoren die op de desbetreffende specifieke doelstellingen bedoeld in artikel 6, leden 1 en 2, betrekking hebben, en die worden gebruikt om gekwantificeerde mijlpalen en streefcijfers voor die specifieke doelstellingen in de strategische GLB-plannen vast te stellen en om de voortgang in de richting van deze streefcijfers te beoordelen; resultaatindicatoren voor milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen kunnen betrekking hebben op interventies die bijdragen aan het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de in bijlage XIII vermelde wetgevingshandelingen van de Unie;
c) impactindicatoren die op de in artikel 5 en artikel 6, leden 1 en 2, vastgestelde doelstellingen betrekking hebben en in het kader van de strategische GLB-plannen en het GLB worden gebruikt;
d) contextindicatoren bedoeld in artikel 115, lid 2, en opgenomen in bijlage I.
2. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 152 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I teneinde de gemeenschappelijke output-, resultaat-, impact- en contextindicatoren aan te passen. Die gedelegeerde handelingen blijven strikt beperkt tot het verhelpen van technische problemen die de lidstaten bij de toepassing van die indicatoren hebben ervaren.