Art. 72 Verordening (EU) 2021/1060, Functies van de beheerautoriteit
1. De beheerautoriteit is verantwoordelijk voor het beheer van het programma met het oog op het bereiken van de doelstellingen van het programma. Meer bepaald heeft de beheerautoriteit de volgende functies:
a) concrete acties selecteren overeenkomstig artikel 73, met uitzondering van de in artikel 33, lid 3, punt d), vermelde concrete acties;
b) programmabeheerstaken uitvoeren overeenkomstig artikel 74;
c) de werkzaamheden van het monitoringcomité ondersteunen overeenkomstig artikel 75;
d) toezicht houden op intermediaire instanties;
e) de gegevens van elke concrete actie elektronisch registreren en overeenkomstig bijlage XVII opslaan voor monitoring, evaluatie, financieel beheer, verificaties en audits, en de beveiliging, integriteit en vertrouwelijkheid van de gegevens en de authenticatie van gebruikers waarborgen.
2. De lidstaat kan de in artikel 76 bedoelde boekhoudfunctie toevertrouwen aan de beheerautoriteit of een andere instantie.
3. Voor door het AMIF, het ISF of het BMVI ondersteunde programma’s wordt de boekhoudfunctie uitgeoefend door of onder de verantwoordelijkheid van de beheerautoriteit.