Art. 65 Verordening (EU) 2021/1060, Duurzaamheid van concrete acties
1. De lidstaat betaalt de bijdrage uit de fondsen aan een concrete actie, met inbegrip van investeringen in infrastructuur of productieve investeringen, terug indien binnen vijf jaar na de eindbetaling aan de begunstigde of in voorkomend geval binnen de in de staatssteunregels beschreven termijn, een van de volgende gebeurtenissen op de concrete actie van toepassing is:
a) beëindiging van een productieactiviteit of overbrenging ervan buiten de regio van NUTS-niveau 2 waar ze steun ontving;
b) eigendomsoverdracht van een infrastructuurvoorziening waardoor een onderneming of een overheidsinstantie een onrechtmatig voordeel behaalt;
c) een substantiële verandering in de aard, de doelstellingen of de uitvoeringsvoorwaarden ervan waardoor de oorspronkelijke doelstellingen dreigen te worden ondermijnd.
De lidstaat kan de in de eerste alinea vermelde termijn verkorten tot drie jaar in gevallen betreffende het behoud van investeringen of door kleine en middelgrote ondernemingen gecreëerde banen.
Terugbetalingen door de lidstaat vanwege niet-naleving van dit artikel staan in verhouding tot de periode van niet-nakoming.
2. Voor uit het ESF+ of uit het JTF overeenkomstig artikel 8, lid 2, punten k), l) en m), van de JTF-verordening ondersteunde concrete acties wordt de steun terugbetaald indien voor die acties een verplichting geldt tot behoud van de investering uit hoofde van staatssteunregels.
3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op programmabijdragen aan of door financieringsinstrumenten, noch op concrete acties waarvan een productieactiviteit wordt beëindigd wegens een niet-frauduleus faillissement.