Art. 5 Verordening (EU) 2021/1060, Beleidsdoelstellingen

Verordening (EU) 2021/1060

1. Het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZVA ondersteunen de volgende beleidsdoelstellingen:

a) een competitiever en slimmer Europa door bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie en regionale ICT-connectiviteit;

b) een groenere, koolstofarme transitie naar een koolstofneutrale economie en een veerkrachtig Europa door de bevordering van een schone en rechtvaardige energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, klimaatmitigatie en -adaptatie, risicopreventie en risicobeheersing, en duurzame stedelijke mobiliteit;

c) een meer verbonden Europa door een betere mobiliteit;

d) een socialer en inclusiever Europa door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten;

e) een Europa dat dichter bij de burger staat door bevordering van de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van alle soorten gebieden en lokale initiatieven.

Het JTF draagt bij tot het verwezenlijken van de specifieke doelstelling “regio’s en mensen in staat stellen om te gaan met de sociale, werkgelegenheids-, economische en milieueffecten van de transitie naar de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie voor 2030 en een klimaatneutrale economie tegen 2050, op basis van de Overeenkomst van Parijs”.

De eerste alinea van dit artikel is niet van toepassing op de middelen van het EFRO en het ESF+ die overeenkomstig artikel 27 naar het JTF worden overgedragen.

2. Het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het JTF dragen bij tot het optreden van de Unie dat is gericht op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang overeenkomstig artikel 174 VWEU, door de volgende doelstellingen na te streven:

a) de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” in lidstaten en regio’s, met steun uit het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het JTF, en

b) de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg), met steun uit het EFRO.

3. De lidstaten en de Commissie bevorderen de coördinatie, complementariteit en samenhang tussen de fondsen en andere instrumenten en middelen van de Unie. Zij optimaliseren de coördinatiemechanismen tussen de verantwoordelijken om dubbel werk bij planning en uitvoering te vermijden. De lidstaten en de Commissie houden derhalve tevens rekening met de betreffende landspecifieke aanbevelingen bij de programmering en de uitvoering van de fondsen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen