Art. 44 Verordening (EU) 2021/1060, Evaluaties door de lidstaat
1. De lidstaat of de beheerautoriteit verricht evaluaties van de programma’s met betrekking tot een of meer van de volgende criteria: effectiviteit, efficiëntie, relevantie, samenhang en Uniemeerwaarde, dit ter verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van de programma’s. De evaluaties kunnen ook betrekking hebben op andere relevante criteria, zoals inclusiviteit, non-discriminatie en zichtbaarheid, en op meer dan één programma.
2. Daarnaast wordt uiterlijk 30 juni 2029 een evaluatie van elk programma verricht ter beoordeling van het effect ervan.
3. De evaluaties worden verricht door interne of externe deskundigen die functioneel onafhankelijk zijn.
4. De lidstaat of de beheerautoriteit zorgt voor het opzetten van de nodige procedures voor het opstellen en verzamelen van de voor evaluaties vereiste gegevens.
5. De lidstaat of de beheerautoriteit stelt een evaluatieplan op dat betrekking kan hebben op meer dan één programma. Voor het AMIF, het ISF en het BMVI houdt dat plan een tussentijdse evaluatie in die uiterlijk 31 maart 2024 moet zijn uitgevoerd.
6. De lidstaat of de beheerautoriteit dient het evaluatieplan uiterlijk een jaar na de het besluit tot goedkeuring van het programma in bij het monitoringcomité.
7. Alle evaluaties worden gepubliceerd op de in artikel 49, lid 1, bedoelde website.