Art. 38 Verordening (EU) 2021/1060, Monitoringcomité
1. Binnen drie maanden na de datum waarop een lidstaat in kennis wordt gesteld van het besluit tot goedkeuring van het programma richt deze, na overleg met de beheerautoriteit, een comité op dat de uitvoering van het programma monitort (“monitoringcomité”).
Een lidstaat kan één monitoringcomité voor meerdere programma’s oprichten.
2. Ieder monitoringcomité stelt zijn reglement van orde vast met inbegrip van bepalingen betreffende het voorkomen van belangenconflicten en de toepassing van het transparantiebeginsel.
3. Het monitoringcomité komt ten minste één keer per jaar bijeen en evalueert alles wat de voortgang van het programma belemmert om zijn doelstellingen bereiken.
4. Het reglement van orde van het monitoringcomité en de gegevens en informatie die het monitoringcomité ontvangt, worden onverminderd artikel 69, lid 5, bekendgemaakt op de in artikel 49, lid 1, bedoelde website.
5. De leden 1 tot en met 4 van dit artikel zijn niet van toepassing op programma’s die beperkt blijven tot de specifieke doelstelling bepaald in artikel 4, lid 1, punt m), van de ESF+-verordening, noch op de daarmee samenhangende technische bijstand.