Art. 112 Verordening (EU) 2021/1060, Bepaling van de medefinancieringspercentages

Verordening (EU) 2021/1060

1. In het besluit tot goedkeuring van een programma worden voor elke prioriteit het medefinancieringspercentage en het maximumbedrag van de steun uit de fondsen vastgelegd.

2. Voor elke prioriteit wordt in het besluit van de Commissie vastgelegd op welke van de volgende elementen het medefinancieringspercentage voor de prioriteit van toepassing is:

a) de totale bijdrage, inclusief overheids- en particuliere bijdragen;

b) de overheidsbijdrage.

3. Voor de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” mag het medefinancieringspercentage op het niveau van elke prioriteit niet meer bedragen dan:

a) 85 % voor de minder ontwikkelde regio’s;

b) 70 % voor overgangsregio’s die voor de periode 2014-2020 onder de minder ontwikkelde regio’s waren ingedeeld;

c) 60 % voor overgangsregio’s;

d) 50 % voor meer ontwikkelde regio’s die voor de periode 2014-2020 als overgangsregio’s waren aangemerkt of een bbp per hoofd van de bevolking van minder dan 100 % hadden;

e) 40 % voor meer ontwikkelde regio’s.

De in punt a) van de eerste alinea genoemde medefinancieringspercentages zijn ook van toepassing op de ultraperifere gebieden, inclusief de extra toewijzing voor de ultraperifere gebieden.

Voor het Cohesiefonds mag het medefinancieringspercentage op het niveau van elke prioriteit niet meer dan 85 % bedragen.

In de ESF+-verordening kunnen hogere medefinancieringspercentages worden vastgelegd overeenkomstig de artikelen 10 en 14 van die verordening.

Het medefinancieringspercentage, dat van toepassing is op de regio waar zich het gebied bevindt of de gebieden bevinden die worden vermeld in de plannen voor een rechtvaardige transitie, voor de door het JTF ondersteunde prioriteit bedraagt niet meer dan:

a) 85 % voor minder ontwikkelde regio’s;

b) 70 % voor overgangsregio’s;

c) 50 % voor meer ontwikkelde regio’s.

4. Voor Interreg-programma’s mag het medefinancieringspercentage niet meer dan 80 % bedragen, behalve in de gevallen waarvoor in de Interreg-verordening hogere medefinancieringspercentages zijn vastgelegd voor programma’s van Interreg-onderdeel D en programma’s voor externe grensoverschrijdende samenwerking.

5. De in de leden 3 en 4 genoemde maximale medefinancieringspercentages worden met tien procentpunten verhoogd voor prioriteiten die volledig worden verwezenlijkt via vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

6. Maatregelen op het gebied van technische bijstand die op initiatief van of namens de Commissie worden uitgevoerd, kunnen voor 100 % worden gefinancierd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen