Art. 6 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/392, Kennisgeving van fouten in de voor de voorlopige berekeningen gebruikte gegevens

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/392

1. Wanneer een fabrikant de voorlopige gegevens verifieert overeenkomstig artikel 7, lid 5, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/631, gebruikt hij het daartoe door het EEA verstrekte gegevensbestand.

2. Wanneer in het gegevensbestand een fout wordt vastgesteld, corrigeert de fabrikant deze waar mogelijk en vermeldt hij, door middel van een afzonderlijke vermelding in het gegevensbestand voor elke voertuig, getiteld “Opmerkingen van de fabrikant”, een van de volgende codes:

a) code A, indien de vermelding door de fabrikant is gewijzigd;

b) code B, indien het voertuig niet door de fabrikant kan worden geïdentificeerd;

c) code C, indien het voertuig buiten het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2019/631 valt;

d) code D, indien de fabrikant aan wie een voertuig van categorie N1 is toegeschreven de fabrikant van het voltooide voertuig is, maar niet die van het incomplete of complete basisvoertuig.

Voor de toepassing van punt b) wordt een voertuig als niet-identificeerbaar beschouwd wanneer het VIN ontbreekt of duidelijk onjuist is.

3. Fabrikanten stellen de Commissie overeenkomstig artikel 7, lid 5, van Verordening (EU) 2019/631 in kennis van eventuele fouten door het volledige gecorrigeerde gegevensbestand in de BDR te uploaden. Zij zenden tevens een elektronische kopie van de kennisgeving ter informatie toe aan de volgende e-mailadressen:

EC-CO2-LDV-implementation@ec.europa.eu

en

CO2-monitoring@eea.europa.eu

4. Fabrikanten zorgen ervoor dat verzoeken van de Commissie of het EEA om verduidelijking van de correcties onverwijld door hun overeenkomstig artikel 5, punt c), van deze verordening aangewezen contactpersonen worden behandeld.

5. Wanneer een fabrikant geen fouten bij de Commissie meldt vóór het verstrijken van de in artikel 7, lid 5, van Verordening (EU) 2019/631 vastgestelde termijn van drie maanden, worden de overeenkomstig artikel 7, lid 4, van die verordening meegedeelde voorlopige waarden als definitief beschouwd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen