Art. 81 Verordening (EU) 2021/23, Administratieve sancties en andere administratieve maatregelen

Verordening (EU) 2021/23

1. Onverminderd het recht van de lidstaten strafrechtelijke sancties vast te stellen en op te leggen, stellen zij regels vast voor administratieve sancties en andere administratieve maatregelen die van toepassing zijn indien deze verordening niet is nageleefd, en nemen zij alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd.

Indien de lidstaten besluiten geen regels vast te stellen voor administratieve sancties voor inbreuken die onder het nationale strafrecht vallen, stellen zij de Commissie en de ESMA in kennis van de toepasselijke strafrechtelijke bepalingen. De administratieve sancties en andere administratieve maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Uiterlijk op 12 augustus 2022 stellen de lidstaten de Commissie en de ESMA gedetailleerd in kennis van de in de eerste en de tweede alinea van dit lid bedoelde regels. Zij stellen de Commissie en de ESMA onverwijld in kennis van wijzigingen ervan.

2. Indien de in lid 1 bedoelde verplichtingen gelden voor CTP’s en clearingleden, zorgen de lidstaten ervoor dat bij een inbreuk daarop de in dat lid bedoelde administratieve sancties of andere administratieve maatregelen, onder de in het nationale recht vastgelegde voorwaarden, kunnen worden opgelegd aan de raad en de directie van CTP’s en van clearingleden en andere natuurlijke personen die op grond van het nationale recht verantwoordelijk zijn voor de inbreuk.

3. De bevoegdheid om de in deze verordening voorziene administratieve sancties of andere administratieve maatregelen op te leggen, wordt afhankelijk van het type inbreuk toegekend aan hetzij de afwikkelingsautoriteiten hetzij, indien dit andere autoriteiten betreft, de bevoegde autoriteiten. De afwikkelingsautoriteiten en de bevoegde autoriteiten hebben alle bevoegdheden voor het vergaren van informatie en alle onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitoefening van hun respectieve taken. Bij de uitoefening van hun bevoegdheden om sancties op te leggen, werken de afwikkelingsautoriteiten en de bevoegde autoriteiten nauw samen om ervoor te zorgen dat de administratieve sancties of andere administratieve maatregelen het gewenste resultaat opleveren, en om hun optreden te coördineren indien het om grensoverschrijdende zaken gaat.

4. De afwikkelingsautoriteiten en de bevoegde autoriteiten oefenen hun bevoegdheden om administratieve sancties of andere administratieve maatregelen op te leggen overeenkomstig deze verordening en het nationale recht uit op een van de volgende wijzen:

a) rechtstreeks;

b) in samenwerking met andere autoriteiten;

c) onder hun verantwoordelijkheid middels delegatie aan die andere autoriteiten;

d) door middel van een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

Vorige artikelen

Volgende artikelen