Art. 1 Richtlijn (EU) 2021/2118

Richtlijn (EU) 2021/2118

Richtlijn 2009/103/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a) punt 1 wordt vervangen door:

“1. “voertuig”:

a) elk rij- of voertuig dat zich anders dan langs spoorstaven over de grond voortbeweegt en dat uitsluitend door een mechanische kracht worden gedreven met:

i) een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km/h, of

ii) een maximaal nettogewicht van meer dan 25 kg en een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 14 km/h;

b) een al dan niet aan een in punt a) bedoeld voertuig gekoppelde aanhangwagen.

Onverminderd de punten a) en b) worden gemotoriseerde rolstoelen die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik door personen met een lichamelijke handicap, niet beschouwd als voertuigen in de zin van deze richtlijn;”;

b) het volgende punt wordt ingevoegd:

“1 bis.

“deelneming aan het verkeer van een voertuig”: het gebruik van een voertuig, dat op het ogenblik van het ongeval overeenstemt met de functie van dat voertuig als vervoermiddel, ongeacht de kenmerken van het voertuig en ongeacht het terrein waarop het motorrijtuig wordt gebruikt en of het stilstaat of in beweging is;”;

c) punt 2 wordt vervangen door:

“2. “benadeelde”: eenieder die recht heeft op vergoeding van door voertuigen veroorzaakte schade of veroorzaakt letsel;”;

d) het volgende punt wordt toegevoegd:

“8. “lidstaat van herkomst”: lidstaat van herkomst in de zin van artikel 13, punt 8, a), van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (*1).

(*1) Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).”."

2) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a) de eerste alinea wordt vervangen door:

“Iedere lidstaat treft, met inachtneming van artikel 5, de nodige maatregelen opdat de wettelijke aansprakelijkheid met betrekking tot de deelneming aan het verkeer van voertuigen die gewoonlijk op zijn grondgebied zijn gestald, door een verzekering is gedekt.”;

b) na de eerste alinea wordt de volgende alinea ingevoegd:

“Deze richtlijn is niet van toepassing op het gebruik van een voertuig tijdens motorsportevenementen en -activiteiten, met inbegrip van races, wedstrijden, trainingen, tests en demonstraties in een beperkt en afgebakend gebied in een lidstaat, indien de lidstaat ervoor zorgt dat de organisator van de activiteit of een andere partij een alternatieve verzekering of garantie heeft afgesloten die de schade aan derden dekt, met inbegrip van toeschouwers en andere omstanders, maar niet noodzakelijkerwijs de schade aan de deelnemende bestuurders en hun voertuigen.”.

3) Artikel 4 wordt vervangen door:

“Artikel 4

Verzekeringscontroles

1. De lidstaten onthouden zich ervan controles te verrichten op de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid bij voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gestald en bij voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een derde land zijn gestald wanneer deze hun grondgebied binnenkomen vanuit het grondgebied van een andere lidstaat.

Zij kunnen echter dergelijke verzekeringscontroles verrichten mits die controles niet-discriminerend zijn en noodzakelijk en evenredig om het nagestreefde doel te bereiken, en:

a) worden verricht als onderdeel van een controle die niet uitsluitend op de controle van de verzekering is gericht, of

b) deel uitmaken van een algemeen systeem van controles op het nationale grondgebied die ook worden uitgevoerd op voertuigen welke gewoonlijk gestald zijn op het grondgebied van de controlerende lidstaat, en die niet vereisen dat het voertuig halt houdt.

2. Op basis van het recht van de lidstaat waaronder de verwerkingsverantwoordelijke valt, mogen persoonsgegevens worden verwerkt wanneer dat nodig is met het oog op de bestrijding van onverzekerd rijden van voertuigen die in andere lidstaten reizen dan de lidstaten op het grondgebied waarvan zij gewoonlijk zijn gestald. Dat recht is in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (*2) en legt ook geschikte maatregelen vast om de rechten, vrijheden en gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te vrijwaren.

Die maatregelen van de lidstaten specificeren met name de precieze doeleinden waarvoor de gegevens zullen worden verwerkt, verwijzen naar de desbetreffende rechtsgrondslag, voldoen aan de desbetreffende beveiligingsvereisten en eerbiedigen de beginselen van noodzaak, evenredigheid en doelbinding, en stellen een evenredige termijn voor gegevensbewaring vast. De persoonsgegevens die op grond van dit artikel uitsluitend voor de uitvoering van een verzekeringscontrole worden verwerkt, worden niet langer bewaard dan voor dat doel noodzakelijk is, en worden volledig gewist zodra dat doel bereikt is. Wanneer uit een verzekeringscontrole blijkt dat een voertuig gedekt is door een verplichte verzekering uit hoofde van artikel 3, worden deze gegevens onmiddellijk door de verwerkingsverantwoordelijke gewist. Wanneer door middel van een controle niet kan worden aangetoond of een voertuig gedekt is door een verplichte verzekering uit hoofde van artikel 3, worden de gegevens uitsluitend bewaard gedurende een beperkte periode die maximaal het aantal dagen bedraagt dat nodig is om vast te stellen of er al dan niet sprake is van een geldige verzekeringsdekking.

(*2) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).”."

4) Aan artikel 5 worden de volgende leden toegevoegd:

“3. Iedere lidstaat kan afwijken van de bepalingen van artikel 3 ten aanzien van voertuigen die tijdelijk of definitief uit het verkeer zijn genomen en waarvan de deelneming aan het verkeer verboden is, mits een formele administratieve procedure of een andere verifieerbare maatregel overeenkomstig het nationale recht is ingevoerd.

In dat geval draagt de lidstaat er zorg voor dat de in de eerste alinea bedoelde voertuigen op dezelfde wijze worden behandeld als voertuigen ten aanzien waarvan niet voldaan is aan de verzekeringsverplichting als bedoeld in artikel 3.

Het garantiefonds van de lidstaat waar een ongeval heeft plaatsgevonden, heeft dan een vordering op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald.

4. Iedere lidstaat kan afwijken van de bepalingen van artikel 3 ten aanzien van voertuigen die uitsluitend worden gebruikt in gebieden met beperkte toegang, overeenkomstig zijn nationale wetgeving.

In dat geval draagt de lidstaat er zorg voor dat de in de eerste alinea bedoelde voertuigen op dezelfde wijze worden behandeld als voertuigen ten aanzien waarvan niet voldaan is aan de verzekeringsverplichting als bedoeld in artikel 3.

Het garantiefonds van de lidstaat waar een ongeval heeft plaatsgevonden, heeft dan een vordering op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald.

5. Iedere lidstaat kan afwijken van de bepalingen van artikel 3 ten aanzien van voertuigen waarvan het gebruik op de openbare weg niet is toegestaan overeenkomstig zijn nationale wetgeving.

Iedere lidstaat die afwijkt van artikel 3 ten aanzien van in de eerste alinea bedoelde voertuigen draagt er zorg voor dat die voertuigen op dezelfde wijze worden behandeld als voertuigen ten aanzien waarvan niet voldaan is aan de verzekeringsverplichting als bedoeld in artikel 3.

Het garantiefonds van de lidstaat waar een ongeval heeft plaatsgevonden, heeft dan een vordering op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald.

6. Wanneer een lidstaat krachtens lid 5 afwijkt van artikel 3 ten aanzien van voertuigen die niet voor gebruik op de openbare weg zijn toegelaten, kan die lidstaat ook afwijken van artikel 10 wat betreft de vergoeding van schade die door die voertuigen is veroorzaakt in gebieden die niet toegankelijk zijn voor het publiek wegens een wettelijke of fysieke beperking van de toegang tot die gebieden, zoals gedefinieerd in zijn nationale wetgeving.

7. Ten aanzien van de leden 3 tot en met 6 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het gebruik van de afwijking en de bijzondere regelingen voor de toepassing ervan. De Commissie publiceert een lijst van die afwijkingen.”.

5) Artikel 9 wordt vervangen door:

“Artikel 9

Minimumbedragen

1. Onverminderd door de lidstaten voorgeschreven hogere dekkingen, eist iedere lidstaat dat de in artikel 3 bedoelde verzekering verplicht is voor de volgende minimumbedragen:

a) voor lichamelijk letsel: 6 450 000 EUR per ongeval, ongeacht het aantal benadeelden, of 1 300 000 EUR per benadeelde;

b) voor materiële schade: 1 300 000 EUR per ongeval, ongeacht het aantal benadeelden.

Voor de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben ingevoerd, worden de minimumbedragen in hun nationale valuta omgerekend tegen de wisselkoers op 22 december 2021, die in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt.

2. De Commissie herziet elke vijf jaar vanaf 22 december 2021 de in lid 1 genoemde bedragen in het licht van het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen (HICP) dat overeenkomstig Verordening (EU) 2016/792 van het Europees Parlement en de Raad (*3) wordt vastgesteld.

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 28 ter gedelegeerde handelingen betreffende de aanpassing van die bedragen aan het HICP vast binnen zes maanden na afloop van elke periode van vijf jaar.

Voor de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben ingevoerd, worden de bedragen in hun nationale valuta omgerekend tegen de wisselkoers van de datum van de berekening van de nieuwe minimumbedragen die zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(*3) Verordening (EU) 2016/792 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen en van de huizenprijzen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 11).”."

6) De titel van hoofdstuk 4 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 4

VERGOEDING VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR EEN NIET-GEÏDENTIFICEERD VOERTUIG OF EEN VOERTUIG TEN AANZIEN WAARVAN NIET VOLDAAN IS AAN DE IN ARTIKEL 3 BEDOELDE VERZEKERINGSPLICHT, EN COMPENSATIE IN GEVAL VAN INSOLVENTIE ”.

7) Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

“De eerste alinea doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om aan de vergoeding door dit orgaan al dan niet een subsidiair karakter te geven, noch aan het recht van de lidstaten om het verhaal te regelen tussen dit orgaan en degene of degenen die aansprakelijk is of zijn voor het ongeval en andere verzekeraars of socialezekerheidsorganen die gehouden zijn de benadeelde ter zake van hetzelfde ongeval te vergoeden. De lidstaten mogen het orgaan evenwel niet toestaan aan de uitkering van de schadevergoeding de voorwaarde te verbinden dat de benadeelde op enigerlei wijze aantoont dat de aansprakelijke persoon niet kan of niet wil betalen.”;

b) in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

“2. De benadeelde kan zich in ieder geval rechtstreeks tot dit orgaan wenden; het orgaan is verplicht aan de hand van de inlichtingen die het op zijn verzoek van de benadeelde heeft gekregen, aan de benadeelde een met redenen omkleed antwoord met betrekking tot de betaling van een vergoeding te geven.”;

c) in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Wanneer het orgaan echter een vergoeding heeft betaald voor aanzienlijk lichamelijk letsel aan een door hetzelfde ongeval benadeelde waarbij materiële schade is veroorzaakt door een niet-geïdentificeerd voertuig, kunnen de lidstaten de vergoeding voor materiële schade niet uitsluiten vanwege het feit dat het voertuig niet is geïdentificeerd. De lidstaten kunnen niettemin voorzien in een franchise van ten hoogste 500 EUR die wordt opgelegd aan de benadeelde die dergelijke materiële schade heeft geleden.”;

d) lid 4 wordt vervangen door:

“4. Iedere lidstaat past op de vergoeding door het orgaan zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen toe, onverminderd elke andere regeling die voor de benadeelde voordeliger is.”.

8) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 10 bis

Bescherming van benadeelden tegen schade ten gevolge van ongevallen in hun lidstaat van woonplaats in geval van insolventie van een verzekeringsonderneming

1. Elke lidstaat stelt een orgaan in of erkent een orgaan belast met de taak om compensatie te verlenen aan benadeelden die op zijn grondgebied wonen, ten minste binnen de grenzen van de verplichte verzekering, voor materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaakt door een voertuig dat verzekerd is door een verzekeringsonderneming, vanaf het tijdstip dat:

a) de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een faillissementsprocedure, of

b) de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een liquidatieprocedure in de zin van artikel 268, lid 1, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG.

2. Elke lidstaat neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat het in lid 1 bedoelde orgaan over voldoende financiële middelen beschikt om de benadeelden volgens de regels van lid 10 te vergoeden wanneer er schadevergoeding moet worden uitgekeerd in situaties als bedoeld in lid 1, punten a) en b). Die maatregelen kunnen het opleggen van financiële bijdragen omvatten, mits zij alleen worden opgelegd aan verzekeringsondernemingen die zijn erkend door de lidstaat die de bijdragen oplegt.

3. Onverminderd eventuele verplichtingen uit hoofde van artikel 280 van Richtlijn 2009/138/EG, draagt elke lidstaat er zorg voor dat wanneer een bevoegde rechterlijke instantie of een andere bevoegde autoriteit een bevel uitvaardigt of een beslissing neemt tot het inleiden van een procedure als bedoeld in lid 1, punt a) of b), met betrekking tot een verzekeringsonderneming waarvan die lidstaat de lidstaat van herkomst is, dat bevel of die beslissing openbaar wordt gemaakt. Het in lid 1 bedoelde orgaan dat gevestigd is in de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming ziet erop toe dat alle in lid 1 bedoelde organen in alle lidstaten onverwijld van dat bevel of die beslissing in kennis worden gesteld.

4. De benadeelde kan bij het in lid 1 bedoelde orgaan rechtstreeks een vordering tot schadevergoeding indienen.

5. Na ontvangst van de vordering stelt het in lid 1 bedoelde orgaan het overeenkomstige orgaan in de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming, alsook de verzekeringsonderneming die het voorwerp uitmaakt van een faillissements- of liquidatieprocedure, of haar bewindvoerder of liquidateur, zoals omschreven in artikel 268, lid 1, punt e) respectievelijk punt f), van Richtlijn 2009/138/EG, ervan in kennis dat het een vordering van de benadeelde heeft ontvangen.

6. De verzekeringsonderneming die het voorwerp is van een faillissements- of liquidatieprocedure, of de bewindvoerder of de liquidateur ervan, brengt het in lid 1 bedoelde orgaan op de hoogte wanneer zij een vergoeding uitkeert of haar aansprakelijkheid afwijst met betrekking tot een vordering die ook bij het in lid 1 bedoelde orgaan is ingediend.

7. De lidstaten dragen er zorg voor dat het in lid 1 bedoelde orgaan de benadeelde op basis van onder andere de inlichtingen die het op zijn verzoek van de benadeelde heeft gekregen, binnen drie maanden nadat de benadeelde zijn vordering tot schadevergoeding bij het orgaan heeft ingediend, overeenkomstig het toepasselijke nationale recht een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding of een met redenen omkleed antwoord als bepaald in de tweede alinea van dit lid doet toekomen.

Voor de toepassing van de eerste alinea zal het orgaan:

a) een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding doen, wanneer het heeft vastgesteld dat het gehouden is om schadevergoeding te verlenen op grond van lid 1, punt a) of b), de vordering niet wordt betwist en de schade geheel of gedeeltelijk is gekwantificeerd;

b) een met redenen omkleed antwoord geven op de punten van de vordering, wanneer het heeft vastgesteld dat het niet gehouden is om schadevergoeding te verlenen op grond van lid 1, punt a) of b), of wanneer de aansprakelijkheid wordt afgewezen of niet duidelijk is vastgesteld, of de schade niet volledig is gekwantificeerd.

8. Indien schadevergoeding verschuldigd is overeenkomstig lid 7, tweede alinea, punt a), keert het in lid 1 bedoelde orgaan de schadevergoeding onverwijld aan de benadeelde uit en in ieder geval binnen drie maanden nadat de benadeelde het met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding als bedoeld in lid 7, tweede alinea, punt a), heeft aanvaard.

Indien de schade slechts gedeeltelijk is gekwantificeerd, zijn de in de eerste alinea gestelde eisen betreffende de uitkering van schadevergoeding van toepassing op die gedeeltelijk gekwantificeerde schade, en wel vanaf het tijdstip van aanvaarding van het overeenkomstige met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding.

9. De lidstaten zien erop toe dat het in lid 1 bedoelde orgaan over alle nodige bevoegdheden en competenties beschikt om in alle stadia van de in dit artikel bedoelde procedure tijdig te kunnen samenwerken met andere overeenkomstige organen in andere lidstaten, met de uit hoofde van artikel 25 bis in alle lidstaten ingestelde of erkende organen en met andere betrokken partijen, onder meer met een verzekeringsonderneming die het voorwerp uitmaakt van een faillissements- of liquidatieprocedure, met de bewindvoerder of de liquidateur van die onderneming, alsmede met de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten. Deze samenwerking omvat in voorkomend geval het verzoek om, de ontvangst van en de verstrekking van informatie, onder meer over de bijzonderheden van specifieke vorderingen.

10. Indien de in lid 1 bedoelde lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming een andere is dan de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde, heeft het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde dat de benadeelde overeenkomstig lid 8 heeft vergoed, het recht om van het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming volledige terugbetaling te vorderen van de bij wijze van schadevergoeding uitgekeerde bedragen.

Het in lid 1 bedoelde orgaan in de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming betaalt het in lid 1 bedoelde orgaan in de lidstaat van woonplaats van de benadeelde, dat de benadeelde overeenkomstig lid 8 heeft vergoed, binnen een redelijke termijn van ten hoogste zes maanden uit, tenzij door die organen schriftelijk anders is overeengekomen, nadat het een vordering tot een dergelijke terugbetaling heeft ontvangen.

Het orgaan dat op grond van de eerste alinea schadevergoeding heeft verleend, wordt gesubrogeerd in de rechten van de benadeelde jegens de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt of zijn of haar verzekeringsonderneming, met uitzondering van de rechten van de benadeelde jegens de verzekeringnemer of andere verzekerde die het ongeval heeft veroorzaakt, voor zover de aansprakelijkheid van de verzekeringnemer of van de verzekerde overeenkomstig het toepasselijke nationale recht door de insolvente verzekeringsonderneming zou worden gedekt. Elke lidstaat is verplicht deze subrogatie zoals die door een andere lidstaat is geregeld, te erkennen.

11. De leden 1 tot en met 10 doen geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om:

a) aan de door het in lid 1 bedoelde orgaan betaalde vergoeding al dan niet een subsidiair karakter te geven;

b) te voorzien in verhaal ter zake van hetzelfde ongeval tussen:

i) het in lid 1 bedoelde orgaan;

ii) de voor het ongeval aansprakelijke persoon of personen;

iii) andere verzekeringsondernemingen of socialezekerheidsorganen die gehouden zijn de benadeelde te vergoeden.

12. De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan niet toestaan de uitkering van de vergoeding afhankelijk te stellen van andere dan de in deze richtlijn vastgestelde vereisten. De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan met name niet toestaan de uitkering van de vergoeding afhankelijk te stellen van het vereiste dat de benadeelde aantoont dat de voor het ongeval aansprakelijke rechts- of natuurlijke persoon niet kan of niet wil betalen.

13. De in lid 1 bedoelde organen of de in de tweede alinea van dit lid bedoelde instanties streven ernaar om uiterlijk op 23 december 2023 een overeenkomst te sluiten met het oog op de uitvoering van dit artikel, betreffende hun taken en verplichtingen en de procedures voor terugbetaling op grond van dit artikel.

Daartoe zullen de lidstaten uiterlijk op 23 juni 2023:

a) het in lid 1 bedoelde orgaan instellen of erkennen en het machtigen een dergelijke overeenkomst uit te onderhandelen en te sluiten, of

b) een instantie aanwijzen en machtigen om een dergelijke overeenkomst uit te onderhandelen en te sluiten, waarbij het in lid 1 bedoelde orgaan partij wordt wanneer het is ingesteld of erkend.

De in de eerste alinea bedoelde overeenkomst wordt onverwijld ter kennis van de Commissie gebracht.

Indien de in de eerste alinea bedoelde overeenkomst niet is gesloten tegen 23 december 2023, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig de in artikel 28 ter bedoelde procedure gedelegeerde handelingen vast te stellen om de procedurele taken en verplichtingen van de in lid 1 bedoelde organen met betrekking tot terugbetaling te bepalen.”.

9) In artikel 11 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Voor gevallen waarin tussen het in artikel 10, lid 1, bedoelde orgaan en een wettelijke aansprakelijkheidsverzekeraar onenigheid bestaat over de vraag wie van deze partijen de benadeelde moet vergoeden, treffen de lidstaten passende maatregelen om te bepalen welke partij de schade van de benadeelde in eerste instantie terstond moet vergoeden.”.

10) De titel van hoofdstuk 5 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 5

BIJZONDERE CATEGORIEËN BENADEELDEN, UITSLUITINGSCLAUSULES, ENKELE PREMIE, VOERTUIGEN DIE WORDEN VERZONDEN VANUIT EEN LIDSTAAT NAAR EEN ANDERE LIDSTAAT ”.

11) De titel van artikel 12 wordt vervangen door:

“ Bijzondere categorieën benadeelden ”.

12) Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) in de eerste alinea wordt het inleidende deel vervangen door:

“1. Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alle wettelijke bepalingen en contractuele clausules in een overeenkomstig artikel 3 afgegeven verzekeringspolis, worden geacht niet te gelden inzake vorderingen van derden die benadeeld zijn ten gevolge van een ongeval, in gevallen waarin van de verzekering op grond van die wettelijke bepaling of contractuele clausule is uitgesloten het gebruik of het besturen van voertuigen:”;

ii) de derde alinea wordt vervangen door:

“De lidstaten hebben de mogelijkheid om voor ongevallen op hun grondgebied het bepaalde in de eerste alinea niet toe te passen indien en voor zover de benadeelde schadevergoeding kan krijgen van een orgaan van de sociale zekerheid.”;

b) in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

“De lidstaten die voor voertuigen die door diefstal of geweldpleging zijn verkregen, voorzien in tussenkomst van het in artikel 10, lid 1, bedoelde orgaan, kunnen voor materiële schade een franchise vaststellen van ten hoogste 250 EUR, die jegens de benadeelde geldend kan worden gemaakt.”.

13) In artikel 15 wordt lid 1 vervangen door:

“1. In afwijking van artikel 13, punt 13, b), van Richtlijn 2009/138/EG wordt, wanneer een voertuig vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat wordt verzonden, naar keuze van de persoon die verantwoordelijk is voor de dekking van de wettelijke aansprakelijkheid hetzij de lidstaat van registratie hetzij — vanaf de aanvaarding van de levering door de koper — de lidstaat van bestemming gedurende een periode van dertig dagen beschouwd als de lidstaat waar het risico is gelegen, zelfs indien het voertuig in de lidstaat van bestemming niet officieel is geregistreerd.

De lidstaten zien erop toe dat het in artikel 23 bedoelde informatiecentrum van de lidstaat waar het voertuig is ingeschreven, van de lidstaat van bestemming, indien dit een andere lidstaat is, en van iedere andere relevante lidstaat, zoals de lidstaat waar het ongeval heeft plaatsgevonden of waar een benadeelde woonachtig is, met elkaar samenwerken zodat de noodzakelijke informatie over het verzonden voertuig waarover zij overeenkomstig artikel 23 beschikken, beschikbaar is.”.

14) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 15 bis

Bescherming van benadeelden bij ongevallen met een aanhangwagen die wordt getrokken door een voertuig

1. Bij een ongeval, veroorzaakt door een samenstel van voertuigen bestaande uit een voertuig dat een aanhangwagen trekt en waarvan de aanhangwagen afzonderlijk is verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid, kan de benadeelde zijn vordering rechtstreeks instellen tegen de verzekeringsonderneming die de aanhangwagen heeft verzekerd, indien:

a) de aanhangwagen kan worden geïdentificeerd, maar het voertuig dat deze trok niet kan worden geïdentificeerd, en

b) het toepasselijk nationaal recht de verzekeraar van de aanhangwagen verplicht schadevergoeding te betalen.

Een verzekeringsonderneming die de benadeelde heeft vergoed, kan een beroep doen op de onderneming die het trekkende voertuig heeft verzekerd of op het in artikel 10, lid 1, bedoelde orgaan, indien en voor zover het toepasselijke nationale recht daarin voorziet.

Dit lid laat het toepasselijke nationale recht dat voorziet in voor de benadeelde gunstigere regels, onverlet.

2. Bij een ongeval, veroorzaakt door een samenstel van voertuigen bestaande uit een voertuig dat een aanhangwagen trekt, moet de verzekeraar van de aanhangwagen, tenzij het toepasselijke nationale recht hem verplicht tot volledige schadevergoeding, de benadeelde op diens verzoek onverwijld in kennis stellen van:

a) de identiteit van de verzekeraar van het trekkende voertuig, of

b) indien de verzekeraar van de aanhangwagen de verzekeraar van het trekkende voertuig niet kan identificeren, de in artikel 10 bepaalde schadevergoedingsregeling.”.

15) Artikel 16 wordt vervangen door:

“Artikel 16

Verklaring betreffende de vorderingen die derden hebben ingediend

De lidstaten dragen er zorg voor dat de verzekeringnemer te allen tijde het recht heeft een verklaring te vragen betreffende de vorderingen die derden gedurende ten minste de laatste vijf jaar van de looptijd van de overeenkomst ten aanzien van het of de door de verzekeringsovereenkomst gedekte voertuig of voertuigen hebben ingediend, of een verklaring betreffende het ontbreken van dergelijke vorderingen (“verklaring betreffende het schadeverleden”).

De verzekeringsonderneming dan wel een orgaan dat door een lidstaat is aangewezen om verplichte verzekeringen aan te bieden of dergelijke verklaringen te verstrekken, verstrekt de verzekeringnemer die verklaring betreffende het schadeverleden binnen 15 dagen te rekenen vanaf de indiening van het verzoek. Zij doen dit aan de hand van het formulier van de verklaring betreffende het schadeverleden.

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen, wanneer zij rekening houden met verklaringen betreffende het schadeverleden die door andere verzekeringsondernemingen of andere organen als bedoeld in de tweede alinea zijn verstrekt, verzekeringnemers niet op een discriminerende manier behandelen en geen hogere premies in rekening brengen vanwege hun nationaliteit of louter op basis van hun vorige lidstaat van woonplaats.

De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een verzekeringsonderneming bij de vaststelling van haar premies rekening houdt met verklaringen betreffende het schadeverleden, zij die verklaringen die in andere lidstaten zijn afgegeven gelijkstelt met die welke door een verzekeringsonderneming of de in de tweede alinea bedoelde organen in dezelfde lidstaat zijn afgegeven, ook wanneer zij eventuele kortingen toepast.

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen een algemeen overzicht van hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken.

De Commissie stelt uiterlijk op 23 juli 2023 uitvoeringshandelingen vast waarin zij door middel van een model de vorm en inhoud bepaalt van de in de tweede alinea bedoelde verklaring betreffende het schadeverleden. Dat model bevat informatie over de volgende punten:

a) de identiteit van de verzekeringsonderneming die, of het orgaan dat, de verklaring betreffende het schadeverleden verstrekt;

b) de identiteit van de verzekeringnemer, met inbegrip van zijn of haar contactgegevens;

c) het verzekerde voertuig en het voertuigidentificatienummer ervan;

d) de begin- en einddatum van de verzekering van het voertuig;

e) het aantal in het kader van de verzekeringsovereenkomst van de verzekeringnemer afgewikkelde door derden ingediende vorderingen gedurende de door de verklaring betreffende het schadeverleden bestreken periode, met inbegrip van de datum van elke vordering;

f) aanvullende informatie die relevant is uit hoofde van de in de lidstaten geldende voorschriften of praktijken.

De Commissie raadpleegt alle belanghebbende partijen en werkt nauw samen met de lidstaten voordat zij die uitvoeringshandelingen vaststelt.

De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 28 bis, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.”.

16) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 16 bis

Instrumenten voor de prijsvergelijking van motorrijtuigenverzekeringen

1. De lidstaten kunnen ervoor kiezen hulpmiddelen waarmee consumenten gratis prijzen, tarieven en dekkingen tussen aanbieders van de in artikel 3 bedoelde verplichte verzekering kunnen vergelijken, te certificeren als “onafhankelijke instrumenten voor de prijsvergelijking van motorrijtuigenverzekeringen”, indien aan de voorwaarden van lid 2 is voldaan.

2. Een vergelijkingsinstrument in de zin van lid 1:

a) is operationeel onafhankelijk van de aanbieders van de in artikel 3 bedoelde verplichte verzekering en waarborgt dat dienstaanbieders in de zoekresultaten gelijk worden behandeld;

b) vermeldt duidelijk de identiteit van de eigenaars en beheerders van het vergelijkingsinstrument;

c) vermeldt duidelijke, objectieve criteria waarop de vergelijking wordt gebaseerd;

d) maakt gebruik van gewone en ondubbelzinnige taal;

e) geeft nauwkeurige en geactualiseerde informatie, met vermelding van het tijdstip van de meest recente actualisering;

f) staat open voor elke aanbieder van de in artikel 3 bedoelde verplichte verzekering, stelt de relevante informatie beschikbaar, omvat een ruime reeks aanbiedingen die een significant deel van de motorrijtuigenverzekeringsmarkt bestrijkt, en vermeldt aan de gebruiker in voorkomend geval duidelijk, en voordat de zoekresultaten worden getoond, dat de gepresenteerde informatie geen volledig overzicht van de markt biedt;

g) voorziet in een effectieve procedure om foute informatie te melden;

h) bevat een verklaring dat de prijzen gebaseerd zijn op de verstrekte informatie en niet bindend zijn voor de verzekeraars.”.

17) Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

a) het volgende lid wordt ingevoegd:

“1 bis.

De lidstaten zien erop toe dat verzekeringsondernemingen of andere instanties verplicht zijn de in lid 1, punt a), i), ii) en iii), bedoelde informatie aan de informatiecentra te verstrekken en hen in kennis te stellen wanneer een verzekeringspolis ongeldig wordt of anderszins niet langer dekking biedt voor een voertuig met een inschrijvingsnummer.”;

b) lid 6 wordt vervangen door:

“6. De verwerking van persoonsgegevens krachtens de leden 1 tot en met 5 gebeurt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679.”.

18) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 25 bis

Bescherming van benadeelden ten aanzien van schade ten gevolge van ongevallen in een andere lidstaat dan hun lidstaat van woonplaats in geval van insolventie van een verzekeringsonderneming

1. Elke lidstaat stelt een orgaan in of erkent een orgaan dat is belast met de taak om schadevergoeding te verlenen aan benadeelden die op zijn grondgebied wonen, in de in artikel 20, lid 1, bedoelde gevallen, ten minste binnen de grenzen van de verplichte verzekering, voor materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaakt door een voertuig dat verzekerd is door een verzekeringsonderneming, vanaf het tijdstip dat:

a) de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een faillissementsprocedure, of

b) de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een liquidatieprocedure in de zin van artikel 268, lid 1, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG.

2. Elke lidstaat neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat het in lid 1 bedoelde orgaan over voldoende financiële middelen beschikt om de benadeelden volgens de regels van lid 10 te vergoeden wanneer er schadevergoeding moet worden uitgekeerd in situaties als bedoeld in lid 1, punten a) en b). Die maatregelen kunnen het opleggen van financiële bijdragen omvatten, mits zij alleen worden opgelegd aan verzekeringsondernemingen die zijn erkend door de lidstaat die de bijdragen oplegt.

3. Onverminderd eventuele verplichtingen uit hoofde van artikel 280 van Richtlijn 2009/138/EG, draagt elke lidstaat er zorg voor dat wanneer een bevoegde rechterlijke instantie of een andere bevoegde autoriteit een bevel uitvaardigt of een beslissing neemt tot het inleiden van een procedure als bedoeld in lid 1, punt a) of b), met betrekking tot een verzekeringsonderneming waarvan die lidstaat de lidstaat van herkomst is, dat bevel of die beslissing openbaar wordt gemaakt. Het in lid 1 bedoelde orgaan dat gevestigd is in de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming ziet erop toe dat alle in lid 1 bedoelde organen en alle in artikel 24 bedoelde schadevergoedingsorganen in alle lidstaten onverwijld van dat bevel of die beslissing in kennis worden gesteld.

4. De benadeelde kan bij het in lid 1 bedoelde orgaan rechtstreeks een vordering tot schadevergoeding indienen.

5. Na ontvangst van de vordering stelt het in lid 1 bedoelde orgaan het overeenkomstige orgaan in de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming, het in artikel 24 bedoelde schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van woonplaats van de benadeelde, alsook de verzekeringsonderneming die het voorwerp uitmaakt van een faillissements- of liquidatieprocedure, of haar bewindvoerder of liquidateur, zoals omschreven in artikel 268, lid 1, punt e), respectievelijk punt f), van Richtlijn 2009/138/EG, ervan in kennis dat het een vordering van de benadeelde heeft ontvangen.

6. De verzekeringsonderneming die het voorwerp is van een faillissements- of liquidatieprocedure, of de bewindvoerder of de liquidateur ervan, brengt het in lid 1 bedoelde orgaan op de hoogte wanneer zij een vergoeding uitkeert of aansprakelijkheid afwijst met betrekking tot een vordering die ook bij het in lid 1 bedoelde orgaan is ingediend.

7. De lidstaten dragen er zorg voor dat het in lid 1 bedoelde orgaan de benadeelde op basis van onder andere de inlichtingen die het op zijn verzoek van de benadeelde heeft gekregen, binnen drie maanden nadat de benadeelde zijn vordering tot schadevergoeding bij het orgaan heeft ingediend, overeenkomstig het toepasselijke nationale recht een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding of een met redenen omkleed antwoord als bepaald in de tweede alinea van dit lid doet toekomen.

Voor de toepassing van de eerste alinea zal het orgaan:

a) een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding doen, wanneer het heeft vastgesteld dat het gehouden is om schadevergoeding te verlenen op grond van lid 1, punt a) of b), de vordering niet wordt betwist en de schade geheel of gedeeltelijk is gekwantificeerd;

b) een met redenen omkleed antwoord geven op de punten van de vordering, wanneer het heeft vastgesteld dat het niet gehouden is om schadevergoeding te verlenen op grond van lid 1, punt a) of b), of wanneer aansprakelijkheid wordt afgewezen of niet duidelijk is vastgesteld, of de schade niet volledig is gekwantificeerd.

8. Indien schadevergoeding verschuldigd is op grond van lid 7, tweede alinea, punt a), keert het in lid 1 bedoelde orgaan de schadevergoeding onverwijld aan de benadeelde uit en in ieder geval binnen drie maanden nadat de benadeelde het met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding als bedoeld in lid 7, tweede alinea, punt a), heeft aanvaard.

Indien de schade slechts gedeeltelijk is gekwantificeerd, zijn de in de eerste alinea gestelde eisen betreffende de uitkering van schadevergoeding van toepassing op die gedeeltelijk gekwantificeerde schade, en wel vanaf het tijdstip van aanvaarding van het overeenkomstige met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding.

9. De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1 bedoelde orgaan over alle nodige bevoegdheden en competenties beschikt om in alle stadia van de in dit artikel bedoelde procedure tijdig te kunnen samenwerken met andere overeenkomstige organen in andere lidstaten, met de uit hoofde van artikel 10 bis en artikel 24 in alle lidstaten ingestelde of erkende organen en met andere betrokken partijen, onder meer met een verzekeringsonderneming die onderworpen is aan een faillissements- of liquidatieprocedure, met de schaderegelaar, de bewindvoerder of de liquidateur van die onderneming, alsmede met de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten. Dergelijke samenwerking omvat in voorkomend geval het verzoeken om, het ontvangen van en het verstrekken van informatie, onder meer over de bijzonderheden van specifieke vorderingen.

10. Indien de in lid 1 bedoelde lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming een andere is dan de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde, heeft het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde dat de benadeelde overeenkomstig lid 8 heeft vergoed, het recht om van het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming volledige terugbetaling te vorderen van de bij wijze van schadevergoeding uitgekeerde bedragen.

Het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming betaalt het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van woonplaats van de benadeelde, dat de benadeelde overeenkomstig lid 8 heeft vergoed, binnen een redelijke termijn van ten hoogste zes maanden uit, tenzij door die organen schriftelijk anders is overeengekomen, nadat het een vordering tot een dergelijke terugbetaling heeft ontvangen.

Het orgaan dat op grond van de eerste alinea schadevergoeding heeft verleend wordt gesubrogeerd in de rechten van de benadeelde jegens de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt of zijn of haar verzekeringsonderneming, met uitzondering van de rechten van de benadeelde jegens de verzekeringnemer of andere verzekerde die het ongeval heeft veroorzaakt, voor zover de aansprakelijkheid van de verzekeringnemer of van de verzekerde overeenkomstig het toepasselijke nationale recht door de insolvente verzekeringsonderneming zou worden gedekt. Elke lidstaat is verplicht deze subrogatie zoals dat door een andere lidstaat is geregeld, te erkennen.

11. De leden 1 tot en met 10 doen geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om:

a) aan de door het in lid 1 bedoelde orgaan betaalde vergoeding al dan niet een subsidiair karakter te geven;

b) te voorzien in verhaal ter zake van hetzelfde ongeval tussen:

i) het in lid 1 bedoelde orgaan;

ii) de voor het ongeval aansprakelijke persoon of personen;

iii) andere verzekeringsondernemingen of socialezekerheidsorganen die gehouden zijn de benadeelde te vergoeden.

12. De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan niet toestaan de uitkering van schadevergoeding afhankelijk te stellen van andere dan de in deze richtlijn vastgestelde vereisten. De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan met name niet toestaan de uitkering van schadevergoeding afhankelijk te stellen van het vereiste dat de benadeelde aantoont dat de voor het ongeval aansprakelijke rechts- of natuurlijke persoon niet kan of niet wil betalen.

13. De in lid 1 bedoelde organen of de in de tweede alinea van dit lid bedoelde instanties streven ernaar om uiterlijk op 23 december 2023 een overeenkomst te sluiten met het oog op de uitvoering van dit artikel, betreffende hun taken en verplichtingen en de procedures voor terugbetaling op grond van dit artikel.

Daartoe zullen de lidstaten uiterlijk op 23 juni 2023:

a) het in lid 1 bedoelde orgaan instellen of erkennen en het machtigen een dergelijke overeenkomst uit te onderhandelen en te sluiten, of

b) een instantie aanwijzen en deze machtigen om een dergelijke overeenkomst uit te onderhandelen en te sluiten, waarbij het in lid 1 bedoelde orgaan partij wordt wanneer het is ingesteld of erkend.

De in de eerste alinea bedoelde overeenkomst wordt onmiddellijk ter kennis van de Commissie gebracht.

Indien de in de eerste alinea bedoelde overeenkomst niet is gesloten tegen 23 december 2023, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig de in artikel 28 ter bedoelde procedure gedelegeerde handelingen vast te stellen om de procedurele taken en verplichtingen van de in lid 1 bedoelde organen met betrekking tot de terugbetaling te bepalen.”.

19) In artikel 26 wordt de eerste alinea vervangen door:

“De lidstaten nemen alle passende maatregelen om te bevorderen dat de benadeelden, hun verzekeraars of hun wettelijke vertegenwoordigers tijdig kunnen beschikken over de basisgegevens die nodig zijn voor de afwikkeling van rechtsvorderingen.”.

20) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 26 bis

Informatie aan benadeelden

De lidstaten die uit hoofde van artikel 10, lid 1, artikel 10 bis, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 25 bis, lid 1, verschillende schadevergoedingsorganen instellen of machtigen, zorgen ervoor dat de benadeelden toegang hebben tot essentiële informatie over de mogelijkheden om een verzoek tot schadevergoeding in te dienen.”.

21) Aan artikel 28, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De lidstaten kunnen een motorrijtuigenverzekering die aan de eisen van deze richtlijn voldoet, verplicht stellen voor alle motorrijtuigen die op land worden gebruikt en die niet onder de definitie van “voertuig” van artikel 1, punt 1, vallen en waarop artikel 3 niet van toepassing is.”.

22) De volgende artikelen worden ingevoegd:

“Artikel 28 bis

Comitéprocedure

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Europees Comité voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, ingesteld bij Besluit 2004/9/EG van de Commissie (*4). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (*5).

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 28 ter

Uitoefening van gedelegeerde bevoegdheden

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in artikel 9, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 22 december 2021.

De in artikel 10 bis, lid 13, vierde alinea, en artikel 25 bis, lid 13, vierde alinea, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zeven jaar met ingang van 22 december 2021. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9, lid 2, artikel 10 bis, lid 13, vierde alinea, en artikel 25 bis, lid 13, vierde alinea, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (*6).

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 9, lid 2, artikel 10 bis, lid 13, vierde alinea, en artikel 25 bis, lid 13, vierde alinea, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 28 quater

Evaluatie en herziening

1. Uiterlijk vijf jaar na de respectieve data van toepassing van de artikelen 10 bis en 25 bis, als bedoeld in artikel 30, tweede, derde en vierde alinea, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de werking van, de samenwerking tussen en de financiering van de in de artikelen 10 bis en 25 bis bedoelde organen. In voorkomend geval gaat het verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel. Met betrekking tot de financiering van die organen omvat het verslag in ieder geval:

a) een beoordeling van de financieringscapaciteiten en de financieringsbehoeften van de schadevergoedingsorganen gerelateerd aan hun potentiële verplichtingen, rekening houdend met het risico van insolventie van motorrijtuigenverzekeraars op de markten van de lidstaten;

b) een beoordeling van de harmonisatie van de financieringsaanpak van de schadevergoedingsorganen;

c) indien het verslag vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel, een beoordeling van het effect van de bijdragen op de premies voor motorrijtuigenverzekeringen.

2. Uiterlijk op 24 december 2030 dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité, waarin zij de tenuitvoerlegging van deze richtlijn evalueert, met uitzondering van de elementen die onder de in lid 1 bedoelde evaluatie vallen, onder meer met betrekking tot:

a) de toepassing van deze richtlijn in het licht van de technologische ontwikkelingen, met name op het gebied van autonome en semiautonome voertuigen;

b) de geschiktheid van het toepassingsgebied van deze richtlijn, met inachtneming van het risico op ongevallen dat verschillende motorrijtuigen met zich meebrengen;

c) in de vorm van een evaluatie, de doeltreffendheid van de informatie-uitwisselingssystemen met het oog op de controle op verzekeringen in grensoverschrijdende situaties, met inbegrip van, indien nodig, een beoordeling voor dergelijke gevallen van de haalbaarheid van het gebruik van bestaande informatie-uitwisselingssystemen, en in ieder geval een analyse van de doelstellingen van de informatie-uitwisselingssystemen en een beoordeling van de kosten ervan, en

d) het gebruik door verzekeringsondernemingen van systemen waarbij de premies worden beïnvloed door de verklaringen betreffende het schadeverleden van de verzekeringnemers, onder meer bonus-malussystemen of “no-claimkortingen”.

Dat verslag gaat, in voorkomend geval, vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

(*4) Besluit 2004/9/EG van de Commissie van 5 november 2003 tot instelling van het Europees Comité voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (PB L 3 van 7.1.2004, blz. 34)."

(*5) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13)."

(*6) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.”."

23) Aan artikel 30 worden de volgende alinea’s toegevoegd:

“Artikel 10 bis, leden 1 tot en met 12, is van toepassing vanaf de datum van de in artikel 10 bis, lid 13, eerste alinea, bedoelde overeenkomst, of vanaf de datum van toepassing van de in artikel 10 bis, lid 13, vierde alinea, bedoelde gedelegeerde handeling van de Commissie.

Artikel 25 bis, leden 1 tot en met 12, is van toepassing vanaf de datum van de in artikel 25 bis, lid 13, eerste alinea, bedoelde overeenkomst, of vanaf de datum van toepassing van de in artikel 25 bis, lid 13, vierde alinea, bedoelde gedelegeerde handeling van de Commissie.

Artikel 10 bis, leden 1 tot en met 12, en artikel 25 bis, leden 1 tot en met 12, zijn echter niet van toepassing vóór 23 december 2023.

Artikel 16, tweede alinea, tweede zin, en derde, vierde en vijfde alinea, is van toepassing vanaf 23 april 2024 of vanaf de datum van toepassing van de in artikel 16, zesde alinea, bedoelde uitvoeringshandeling van de Commissie, indien dit later is.”.

Verwijst naar

Volgende artikelen