Art. 53 Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, Voorschriften voor de verplaatsing van honden, katten en fretten naar andere lidstaten
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688
Exploitanten verplaatsen honden, katten en fretten alleen naar een andere lidstaat als aan de volgende voorschriften is voldaan:
a) de dieren zijn individueel geïdentificeerd:
i) overeenkomstig artikel 70 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035;
of
ii) aan de hand van een duidelijk leesbare tatoeage die voor 3 juli 2011 is aangebracht;
b) de dieren gaan vergezeld van een individueel identificatiedocument zoals bedoeld in artikel 71 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, waarin is gedocumenteerd dat
i) het geïdentificeerde dier afkomstig is van een inrichting waar de laatste 30 dagen voor het vertrek geen infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren is gemeld en dat het ten minste 21 dagen vóór de verplaatsing een volledige primaire vaccinatie tegen rabiës heeft ontvangen, of opnieuw tegen rabiës is gevaccineerd overeenkomstig de geldigheidsvoorschriften van bijlage VII, deel 1. Dit voorschrift is niet van toepassing op honden, katten en fretten die overeenkomstig artikel 54, leden 1 en 2, worden verplaatst;
ii) honden aan de in bijlage VII, deel 2, punt 1, bedoelde risicobeperkingsmaatregelen met betrekking tot infectie met Echinococcus multilocularis onderworpen zijn en, in voorkomend geval, honden, katten of fretten binnen de in bijlage VII, deel 2, punt 3, voorgeschreven termijn aan de daarin bedoelde risicobeperkingsmaatregelen met betrekking tot andere ziekten zijn onderworpen voordat zij een lidstaat of een zone daarvan die de toepassing van die maatregelen kan vereisen, binnenkomen. Dit voorschrift is niet van toepassing op honden, katten en fretten die overeenkomstig artikel 54, lid 2, worden verplaatst.