Art. 29 Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, Voorschriften voor de verplaatsing van andere gehouden hoefdieren naar andere lidstaten

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688

1. Exploitanten verplaatsen andere gehouden hoefdieren alleen naar een andere lidstaat als aan de volgende voorschriften is voldaan:

a) de dieren hebben gedurende ten minste 30 dagen voor het vertrek of, indien zij jonger zijn dan 30 dagen, sedert hun geboorte, ononderbroken in de inrichting verbleven en zijn gedurende die periode niet in contact geweest met andere gehouden hoefdieren met een lagere gezondheidsstatus of waarvoor om diergezondheidsredenen verplaatsingsbeperkingen gelden, of met gehouden dieren die afkomstig zijn van een inrichting die niet aan de onder b) vastgestelde voorschriften voldeed;

b) dieren die in de laatste 30 dagen voor het vertrek van de onder a) bedoelde dieren uit een derde land of gebied de Unie zijn binnengekomen en zijn binnengebracht in de inrichting waar de onder a) bedoelde dieren verbleven, zijn gescheiden gehouden om direct en indirect contact met alle andere dieren in die inrichting te voorkomen;

c) andere gehouden hoefdieren van voor infectie met het rabiësvirus in de lijst opgenomen soorten zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 30 dagen voor het vertrek geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren;

d) andere gehouden hoefdieren van voor infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis in de lijst opgenomen soorten zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 42 dagen voor het vertrek geen melding is gemaakt van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis bij andere gehouden hoefdieren van voor deze ziekte in de lijst opgenomen soorten;

e) andere gehouden hoefdieren van voor infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis) in de lijst opgenomen soorten zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 42 dagen voor het vertrek geen melding is gemaakt van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis) bij gehouden dieren van voor deze ziekte in de lijst opgenomen soorten;

f) andere gehouden hoefdieren van voor infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte in de lijst opgenomen soorten zijn afkomstig van een inrichting die zich bevindt in een gebied met een straal van ten minste 150 km rond die inrichting waarin in de laatste twee jaar voor het vertrek in geen enkele inrichting melding is gemaakt van infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte;

g) de dieren zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 15 dagen voor het vertrek geen melding is gemaakt van miltvuur bij hoefdieren;

h) in het geval van andere gehouden hoefdieren van voor surra (Trypanosoma evansi) in de lijst opgenomen soorten, zijn de dieren afkomstig van een inrichting waar in de laatste 30 dagen voor het vertrek geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en als de dieren afkomstig zijn van een inrichting waar in de laatste twee jaar vóór het vertrek melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), is de getroffen inrichting sinds de laatste uitbraak onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen tot:

i) de besmette dieren van de inrichting zijn verwijderd;

en

ii) de overblijvende dieren in de inrichting met gebruikmaking van een van de in bijlage I, deel 3, vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra (Trypanosoma evansi), die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichting zijn genomen;

i) andere gehouden hoefdieren van voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) in de lijst opgenomen soorten voldoen aan ten minste één van de voorwaarden ten aanzien van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) zoals vastgesteld in bijlage V, deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punten 1 tot en met 3, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689. Dit punt is niet van toepassing op de in artikel 30 bedoelde andere gehouden hoefdieren;

j) aan de voorwaarden van de artikelen 32 en 33 is voldaan, indien van toepassing.

2. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op andere gehouden hoefdieren die voor de slacht bestemd zijn als bedoeld in artikel 31.