Art. 78 Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, Verplichtingen van de bevoegde autoriteit met betrekking tot het identificatiedocument voor gehouden landdieren in reizende circussen en dierennummers

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035

1. De bevoegde autoriteit geeft een identificatiedocument zoals bedoeld in artikel 117, onder b), van Verordening (EU) 2016/429 af voor elk gehouden landdier in reizende circussen of dierennummers dat bestemd is om te worden verplaatst naar een andere lidstaat, met uitzondering van paardachtigen, vogels, honden, katten en fretten, haasachtigen en knaagdieren.

2. De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat het in lid 1 bedoelde identificatiedocument de volgende informatie bevat:

a) de naam, het adres en de contactgegevens van de voor het dier verantwoordelijke exploitant;

b) soort, geslacht, kleur en eventuele opmerkelijke of waarneembare bijzonderheden of kenmerken van het dier;

c) de identificatiecode van het dier zoals geïdentificeerd met behulp van de identificatiemiddelen zoals bedoeld in de artikelen 38, 39, 45, 47, 52, 54, 58, 70, 73, 74 en 76;

d) het type elektronisch identificatiemiddel en de plaats daarvan, indien bij het onder c) bedoelde dier aangebracht;

e) het door de exploitant aangebrachte identificatiemerk, identificatiemiddel en, indien van toepassing, de plaats daarvan, voor andere dan de onder c) bedoelde dieren;

f) gegevens over de vaccinatie van het dier, indien van toepassing;

g) gegevens over de behandelingen van het dier, indien van toepassing;

h) gegevens over diagnostische tests;

i) de naam en het adres van de bevoegde autoriteit die het identificatiedocument afgeeft;

j) de datum van afgifte van het identificatiedocument.