Art. 38 Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, Verplichtingen van exploitanten die runderen houden met betrekking tot de middelen en methoden voor de identificatie van gehouden runderen en de aanbrenging en het gebruik ervan
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035
1. Exploitanten die runderen houden, zorgen ervoor dat de runderen individueel worden geïdentificeerd door middel van een conventioneel oormerk zoals bedoeld in bijlage III, onder a), dat
a) op beide oren van het dier moet worden aangebracht met een zichtbare, leesbare en onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier op het identificatiemiddel;
b) bij runderen moet worden aangebracht in de inrichting waar zij zijn geboren;
c) niet verwijderd, gewijzigd of vervangen mag worden zonder toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de runderen worden gehouden.
2. Exploitanten die runderen houden, mogen
a) één van de in lid 1 bedoelde conventionele oormerken vervangen door een elektronisch identificatiemiddel dat is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de runderen worden gehouden;
b) beide in lid 1 bedoelde conventionele oormerken vervangen door een elektronisch identificatiemiddel dat overeenkomstig de in artikel 39, lid 1, vastgestelde vrijstellingen is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de runderen worden gehouden.