Art. 21 Verordening (EU) 2019/2033, RtM K‐factorvereiste
1. Het RtM K‐factorvereiste voor de posities in de handelsportefeuille van een beleggingsonderneming die handelt voor eigen rekening, hetzij voor haarzelf hetzij namens een cliënt, is K‐NPR, berekend overeenkomstig artikel 22, of K‐CMG, berekend overeenkomstig artikel 23.
2. Een beleggingsonderneming beheert haar handelsportefeuille overeenkomstig deel drie, titel I, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
3. Het RtM K‐factorvereiste geldt voor alle posities in de handelsportefeuille, waaronder met name posities in schuldinstrumenten (inclusief securitisatie-instrumenten), aandeleninstrumenten, instellingen voor collectieve belegging (ICB's), valuta en goud, en grondstoffen (met inbegrip van emissierechten).
4. Ten behoeve van de berekening van het RtM K‐factorvereiste neemt een beleggingsonderneming andere posities dan posities in de handelsportefeuille in aanmerking indien die een valutarisico of een grondstoffenrisico inhouden.