Art. 33 Verordening (EU) 2019/1241, Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1224/2009

Verordening (EU) 2019/1241

In hoofdstuk IV van Verordening (EG) nr. 1224/2009 wordt titel IV als volgt gewijzigd:

a) Afdeling 3 wordt geschrapt.

b) De volgende afdeling wordt toegevoegd:

„ Afdeling 4

Verwerking aan boord en pelagische visserijen

Artikel 54 bis

Verwerking aan boord

1. Aan boord van vissersvaartuigen mag geen fysische of chemische verwerking van vis tot vismeel, visolie of dergelijke producten plaatsvinden; ook mogen er geen vangsten voor dergelijke doeleinden worden overgeladen.

2. Lid 1 is niet van toepassing op:

a) het verwerken of overladen van afval, en

b) de productie van surimi aan boord van een vissersvaartuig.

Artikel 54 ter

Beperkingen op het behandelen en lozen van vangsten voor pelagische vaartuigen

1. De maximumafstand tussen de staven in de waterafscheider aan boord van pelagische vissersvaartuigen die op makreel, haring en horsmakreel vissen in het NEAFC-verdragsgebied als gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1236/2010, is 10 mm.

De staven worden vastgelast. Als de waterafscheider niet met staven functioneert, maar met gaten, bedraagt de diameter van die gaten ten hoogste 10 mm. De diameter van de gaten in de glijgoten vóór de waterafscheider bedraagt ten hoogste 15 mm.

2. Het is voor alle pelagische vaartuigen die actief zijn in het NEAFC-verdragsgebied, verboden vis uit buffertanks of tanks met gekoeld zeewater onder de waterlijn van het vaartuig te lozen.

3. De door de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaten gecertificeerde plannen van de installaties voor vangstbehandeling en -lozing van pelagische vaartuigen die in het NEAFC-verdragsgebied op makreel, haring en horsmakreel vissen, en de wijzigingen daarvan worden door de kapitein van het vaartuig aan de bevoegde visserijautoriteiten van de vlaggenlidstaat toegezonden. De bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat van de vaartuigen controleren regelmatig de juistheid van de voorgelegde plannen. Er zijn te allen tijde kopieën van de plannen aan boord van het vaartuig.

Artikel 54 quater

Beperkingen op het gebruik van automatische sorteermachines

1. Op vissersvaartuigen mogen geen machines aan boord zijn of gebruikt worden waarmee haring, makreel of horsmakreel automatisch naar grootte of geslacht kan worden gesorteerd.

2. Dergelijke machines mogen echter wel aan boord zijn en gebruikt worden indien:

a) er tegelijkertijd geen gesleept tuig met een maaswijdte van minder dan 70 mm dan wel een of meer ringzegens of soortgelijke visnetten aan boord van het vaartuig zijn of worden gebruikt, of

b) de gehele vangst die legaal aan boord mag worden gehouden:

i) wordt in bevroren toestand opgeslagen;

ii) de gesorteerde vis wordt onmiddellijk na sortering bevroren en er wordt geen gesorteerde vis in zee teruggezet, en

iii) de machines zijn op het vaartuig op een zodanige wijze geïnstalleerd en gesitueerd dat de mariene soorten onmiddellijk worden bevroren en niet meer in zee kunnen worden teruggezet.

3. In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel mogen vaartuigen die in de Oostzee, de Belten of de Sont mogen vissen, in het Kattegat automatische sorteermachines aan boord hebben, mits overeenkomstig artikel 7 een vismachtiging is afgegeven. In de vismachtiging wordt vermeld voor welke soorten, gebieden en perioden en eventueel onder welke voorwaarden de sorteermachines aan boord mogen zijn en mogen worden gebruikt.

4. Dit artikel is niet van toepassing op de Oostzee.”.