Art. 25 Verordening (EU) 2019/1241, Wetenschappelijk onderzoek

Verordening (EU) 2019/1241

1. De in deze verordening vastgestelde technische maatregelen zijn niet van toepassing op visserijactiviteiten die worden uitgevoerd ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, mits:

a) de visserijactiviteiten worden uitgevoerd met toestemming en onder het gezag van de vlaggenlidstaat;

b) de Commissie en de lidstaat die de soevereiniteit of jurisdictie heeft over de wateren waar de visserijactiviteiten plaatsvinden („de kustlidstaat”), ten minste twee weken van tevoren in kennis zijn gesteld van het voornemen om die visserijactiviteiten uit te voeren, onder gedetailleerde vermelding van de betrokken vaartuigen en de uit te voeren wetenschappelijke onderzoeken;

c) het vaartuig of de vaartuigen die de visserijactiviteiten uitvoeren, een geldige vismachtiging hebben overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

d) de kapitein van het vaartuig, indien de kustlidstaat de vlaggenlidstaat daarom verzoekt, tijdens de visserijactiviteiten een waarnemer van de kustlidstaat aan boord neemt, tenzij dit om veiligheidsredenen niet mogelijk is;

e) door commerciële vaartuigen uitgevoerde visserijactiviteiten ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek in de tijd beperkt zijn. Indien bij de door commerciële vaartuigen voor specifiek onderzoek uitgevoerde visserijactiviteiten meer dan zes commerciële vaartuigen betrokken zijn, stelt de vlaggenlidstaat de Commissie daarvan ten minste drie maanden van tevoren in kennis en verzoekt hij het WTECV om advies om te bevestigen dat dit niveau van deelname op wetenschappelijke gronden gerechtvaardigd is; indien dat niveau van deelname volgens het advies van het WTECV niet gerechtvaardigd is, wijzigt de betrokken lidstaat de voorwaarden van het wetenschappelijk onderzoek dienovereenkomstig;

f) indien het elektrische pulskorren betreft, vaartuigen die wetenschappelijk onderzoek uitvoeren een specifiek wetenschappelijk protocol volgen in het kader van een plan voor wetenschappelijk onderzoek dat door de ICES of het WTECV is geëvalueerd of gevalideerd, evenals een monitoring- controle- en evaluatiesysteem.

2. Mariene soorten die voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde doeleinden zijn gevangen, mogen worden verkocht, opgeslagen, uitgestald of te koop aangeboden, op voorwaarde dat zij overeenkomstig artikel 33, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1224/2009, indien van toepassing, op de quota worden afgeboekt en:

a) zij voldoen aan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootten in de bijlagen IV tot en met X bij deze verordening, of

b) zij worden verkocht voor andere doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie.