Art. 37 Verordening (EU) 2019/1149, Fraudebestrijding

Verordening (EU) 2019/1149

1. Teneinde de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 te vergemakkelijken, treedt de Autoriteit binnen zes maanden na de datum waarop ze operationeel wordt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door OLAF en stelt de Autoriteit op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord passende voorschriften op voor al haar werknemers.

2. De Rekenkamer is bevoegd om op basis van documenten en controles ter plaatse audits uit te voeren bij alle subsidiebegunstigden, contractanten en subcontractanten die van de Autoriteit middelen van de Unie hebben ontvangen.

3. OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (31) onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een subsidie of een door de Autoriteit gefinancierde overeenkomst.

4. Onverminderd de leden 1, 2 en 3 bevatten samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van de Autoriteit bepalingen die de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk machtigen om, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, dergelijke audits en onderzoeken te verrichten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen