Art. 78 Verordening (EU) 2019/1111, Verzoeken via de centrale autoriteiten
1. De centrale autoriteiten werken op verzoek van een centrale autoriteit van een andere lidstaat in individuele gevallen met elkaar samen ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening.
2. Verzoeken uit hoofde van dit hoofdstuk kunnen worden gedaan door een gerecht of een bevoegde autoriteit. Verzoeken op grond van artikel 79, punten c) en g), en artikel 80, lid 1, punt c), kunnen ook worden gedaan door personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen.
3. Behalve in spoedeisende gevallen en onverminderd artikel 86, worden verzoeken uit hoofde van dit hoofdstuk ingediend bij de centrale autoriteit van de lidstaat van het verzoekende gerecht of de bevoegde autoriteit, of van de lidstaat waar de verzoeker zijn gewone verblijfplaats heeft.
4. Dit artikel belet de centrale autoriteiten of de bevoegde autoriteiten niet om overeenkomsten of regelingen met de centrale autoriteiten of de bevoegde autoriteiten van een of meer andere lidstaten, op grond waarvan rechtstreekse communicatie in hun onderlinge betrekkingen is toegestaan, aan te gaan of te handhaven.
5. Dit hoofdstuk belet een persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt niet om rechtstreeks een verzoek in te dienen bij de gerechten van een andere lidstaat.
6. Artikel 79 noch artikel 80 legt de centrale autoriteiten de verplichting op bevoegdheden uit te oefenen die volgens het recht van de aangezochte lidstaat slechts door gerechtelijke autoriteiten kunnen worden uitgeoefend.