Art. 64 Verordening (EU) 2019/943, Derogaties
1. De lidstaten kunnen verzoeken om derogaties van de relevante bepalingen van de artikelen 3 en 6, artikel 7, lid 1, artikel 8, leden 1 en 4, de artikelen 9, 10 en 11, de artikelen 14 tot en met 17, de artikelen 19 tot en met 27, de artikelen 35 tot en met 47 en artikel 51 in de volgende gevallen:
a) de lidstaat kan aantonen dat er aanzienlijke problemen zijn voor het functioneren van kleinschalig geïsoleerde systemen en kleinschalig verbonden systemen;
b) voor ultraperifere regio's in de zin van artikel 349 VWEU die om voor de hand liggende fysieke redenen niet kunnen worden geïnterconnecteerd met de energiemarkt van de Unie.
In de onder a) van de eerste alinea bedoelde situatie wordt de derogatie beperkt in de tijd en is zij onderworpen aan voorwaarden die beogen de mededinging en de integratie in de interne markt voor elektriciteit te verbeteren.
In de onder b) van de eerste alinea bedoelde situatie is de derogatie niet beperkt in de tijd.
Indien een derogatie wordt verleend, stelt de Commissie de lidstaten daarvan in kennis alvorens het besluit te nemen, en beschermt zij daarbij de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.
Een krachtens dit artikel verleende derogatie moet garanderen dat zij geen belemmering vormt voor de transitie naar hernieuwbare energie, meer flexibiliteit, energieopslag, elektromobiliteit en vraagrespons.
In haar besluit waarbij zij een derogatie verleent, licht de Commissie toe in hoeverre in de derogatie rekening moet worden gehouden met de toepassing van de netcodes en de richtsnoeren.
2. De artikelen 3, 5 en 6, artikel 7, lid 1, artikel 7, lid 2, onder c) en g), de artikelen 8 tot en met 17, artikel 18, leden 5 en 6, de artikelen 19 en 20, artikel 21, leden 1, 2 en 4 tot en met 8, artikel 22, lid 1, artikel 22, lid 2, onder b) en c), artikel 22, lid 2, laatste alinea, de artikelen 23 tot en met 27, artikel 34, leden 1, 2 en 3, de artikelen 35 tot en met 47, artikel 48, lid 2, en de artikelen 49 en 51 zijn niet van toepassing op Cyprus totdat zijn transmissiesysteem via interconnecties is aangesloten op de transmissiesystemen van andere lidstaten.
Indien het transmissiesysteem van Cyprus op 1 januari 2026 niet via interconnecties aangesloten is op de transmissiesystemen van andere lidstaten, beoordeelt Cyprus of het nodig is van die bepalingen af te wijken, en kan het de Commissie verzoeken om de derogatie te verlengen. De Commissie beoordeelt of de toepassing van de bepalingen naar verwachting aanzienlijke problemen zal veroorzaken voor het functioneren van het elektriciteitssysteem in Cyprus, dan wel voordelen zal opleveren voor het functioneren van de markt. Op basis van die beoordeling komt de Commissie met een gemotiveerd besluit over een volledige of gedeeltelijke verlenging van de derogatie. Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
3. Deze verordening laat de verlening van derogaties uit hoofde van artikel 66 van Richtlijn (EU) 2019/944 onverlet.
4. Met betrekking tot het halen van het interconnectiestreefcijfer voor 2030, als bepaald in Verordening (EU) 2018/1999, wordt naar behoren rekening gehouden met de elektriciteitsverbinding tussen Malta en Italië.